Over Monsters en Stilte

Na een lange busreis vanuit Java komen we om 00.30 aan in Kuta, een populaire badplaats op Bali. Puck is hier in 2009 al geweest en het valt haar op dat het een stuk drukker en duurder is geworden dan 2 jaar geleden. We lopen door de smalle straatjes van Kuta en vinden na lang zoeken een prima hotel met zwembad. De volgende dag lopen we over de bekende Poppies Lane I & II en bezoeken de plek van de bomaanslag van 2004, waarbij veel mensen omkwamen. Hier staat nu een mooi monument. Ook lopen we over het strand, maar het is bewolkt en regenachtig deze tijd van het jaar, dus lang blijven we niet. Er staat een aardige wind dus waarschijnlijk ideaal voor surfers, waar er dan ook veel van zijn. Na 2 dagen hebben we de surfscène wel gezien en besluiten het binnenland van Bali in te trekken.


Vroeg in de ochtend pakken we een minibusje en een dik uur later staan we in Ubud, het culturele & spirituele centrum van Bali. We dwalen wat rond op zoek naar een hostel en worden op een gegeven moment aangesproken door een Balinees die ons zijn miniresort wil laten zien. We zijn onder de indruk wat we allemaal krijgen voor maar 150.000 Rupee (= 12 euro) per nacht. Een zwembad, een grote kamer inclusief een ontbijt. Dit konden we niet laten schieten en we boeken meteen voor een paar nachten. In onze kamer hebben we ook nog internet, deze hoort bij de buren en er zit natuurlijk een password op. We gaan een drankje drinken bij de buren en we hebben de inlogcode te pakken. Dit is ons ideale stekje in Ubud geworden!

Als je in Ubud bent mag je het Sacred Monkey Forest Sanctuary niet missen, dit is een groot en mooi park met veel apen. We vinden onderweg een stuk kokosnoot en voeren het aan een aap. Maar hij blijkt het niet echt lekker te vinden en andere apen doen ook niet veel moeite om het af te pakken. Als we bijna bij de uitgang zijn proberen we nog een foto te maken van ons tweeën, met een aap op de achtergrond. Maar opeens spring hij achter op mijn rugzak en pakt de zonnebrand uit de tas. Ik probeer het nog af te pakken maar hij krijst flink. Ik riskeer maar niet dat hij bijt en laat los. Succes ermee, hij was toch al bijna leeg.

Ubud heeft ook veel oude gebouwen met hun typisch Balinese beeldhouwwerken. In het centrum staat het Ubud Palace en Pura Saren Agung. Dit is een van de mooiste plekken van Ubud en hier zijn dan ook iedere dag veel toeristen te vinden. De eerste dagen in Ubud doen we niet veel meer dan door het dorpje lopen, lezen, zonnen of aan het zwembad liggen. Vaak lopen we dezelfde route naar het centrum over de Monkey forest road. Een paar dagen later besluiten we een motorbike te huren en de tempels in de omgeving te bezoeken. Het valt ons op dat bij de meeste tempels grote monster van papier-maché zijn gemaakt. Op deze monsters na maken de tempels niet echt indruk meer op ons, waarschijnlijk zijn we “tempelmoe”. We hebben er al te veel gezien.


Na ruim een week in ons miniresort willen we even verder kijken of we niet ergens anders nog een hostel kunnen vinden. Op goed geluk lopen we naar het westen van Ubud, langs mooie stukjes natuur en prachtige rijstvelden. Onderweg zien we weer een paar grote monsters van papier-maché. Het blijkt dat we een behoorlijk goede deal hebben en besluiten er nog maar een weekje te blijven bij ons paradijsje.

Het is vrijdag 4 maart en onze resort mannetjes hebben het steeds over de grote feestdag van morgen. Ze adviseren ons alvast wat eten in te slaan. Ook vertellen ze dat er vanavond een groot evenement staat te gebeuren op het voetbalveld van de school. Als we ‘s avonds gaan kijken blijken alle monsters van papier-maché vanuit de hele omgeving hier te verzamelen. Het is een mooie ervaring en ze steken er ook vuurwerk af. Al zijn het meer knallen dan siervuurwerk.

De monsters ofwel Ogoh-Ogoh, zijn bedoelt om de goden aan te roepen, zodat zij de kwade geesten verdrijven. Morgen is het Balinees nieuwjaar, dit wordt Nyepi of ‘de dag van de stilte’ genoemd. Op deze dag zijn de straten compleet verlaten, geen toerist, geen taxi, zelfs geen vliegtuigen, helemaal niks! Er loopt alleen een speciale patrouille van controleurs rond. Met deze “stilte” willen ze de geesten verwarren, zodat die denken dat het eiland onbewoond is en zich ergens anders gaan vestigen. Echt bijzonder om meegemaakt te hebben, zeker omdat veel toeristen speciaal hiervoor naar Bali afreizen.


De volgende dag huren we weer een motorbike en rijden we naar de tempel Pura Tirta Empul. Hier komt een waterbron uit de grond, waaromheen de tempel is gebouwd. De dag na het Balinees Nieuwjaar staat in het teken van reiniging en offerceremonies. Het is er dan ook hartstikke druk met Balinezen. Allemaal willen ze zich reinigen met water uit de heilige bron. Even later rijden we door naar Gunung Kawi, dit ligt op nog geen 2 kilometer verder. Het is een prachtig tempelcomplex gehakt uit de rotsen. Via een stenen trap lopen we het dal in naar het complex. Samen met de omliggende rijstvelden is dit een van de mooiste plekken van Bali.

Op de een na laatste dag maken we een “georganiseerde tour” langs de tempel Pura Luhur Batukau en de Jatiluwih rijstvelden. Deze liggen wat verder van Ubud af, op ongeveer 1,5 uur rijden. De tempel ziet er geweldig mooi uit en er is ook een ceremonie aan de gang. Na de tempel rijden we naar een restaurant met een geweldig uitzicht. Na de lunch rijden we door naar de Jatiluwih rijstvelden en zijn onder de indruk van het landschap.


In de verte zien we een regenui hangen en samen met de bergtoppen, de zee en de rijstvelden ziet het er adembenemend uit.

De laatste volle dag op Bali gebruiken we om een kookles te volgen, dit is inmiddels traditie geworden bij ons. We zijn maar met z’n drieën en krijgen dus bijna privé-les. We beginnen, bijna standaard, met een rondje over de markt en leren veel over de Balinese kruiden en groenten. De laatste dag vertrekken we vroeg naar het vliegveld. Om 11.30 zal ons vliegtuig vertrekken naar Thailand, onze laatste bestemming.



Over Monsters en Stilte
Door: Erik | Geschreven op 5-06-2011

Over vulkanen en lavastromen

Ons vertrek van Sumatra staat gelijk aan het breken van een van onze voornemens. We wilden deze reis niet vliegen (buiten het vertek en de terugreis). Helaas is dit in Indonesië voor ons praktisch onmogelijk gebleken. Onze opties zijn; een week wachten op de boot om 4 dagen naar Java te varen òf ruim 50 uur in de bus zitten om dan nog een veerboot te nemen. Òf iets meer dan 2 uurtjes vliegen…
Met het einde van onze reis al een beetje in zicht voelen we de tijdsdruk. Vliegen wordt het dus. We komen aan in Bandung, maar deze plaats biedt weinig interessants, dus we reizen meteen door naar Yogyakarta, ook wel Yogya genoemd. Onze aankomst is pas rond 1.00u ’s nachts en we zoeken naar een overnachtingsplek, wat lastiger blijkt dan verwacht. Ho(s)tels zat, maar vol. Na het rustige, authentieke Sumatra zijn we weer in officieel toeristengebied.

De volgende ochtend slapen we uit na de vermoeiende reisdag. Na de brunch lopen we wat door het centrum. We nemen Jalan Malioboro, een beroemde winkelstraat. De stoep staat hier helemaal vol met kraampjes, waar mensen hun goederen proberen te verkopen en is op zichzelf al een bezienswaardigheid. Via deze straat lopen we langs Batung Vredeburg, een oud-Nederlands fort, wat nu dient als museum en verderop komen we bij het paleis van de sultan. Op Java heeft iedere regio een eigen sultan, als het ware een lokale koning. De sultan van Yogya heeft nog aardig wat zeggenschap en is ook vreselijk rijk. Het ommuurde gebied van het paleis is ongeveer 4 km2 groot en hierbinnen wonen al zijn werknemers. Binnenin de muren liggen weer andere muren, van het èchte paleis, waar de sultan en zijn familie wonen.
Een oudere man komt ons tegemoet en verteld dat we te laat zijn om het paleis te bezoeken. Hij wil ons wel door de ommuurde stad rondleiden en laten zien hoe ze hier de officiële “koninklijke poppen” maken, terwijl hij zijn Engels kan oefenen. Het blijkt (natuurlijk) een winkel waar ze shadowpuppets verkopen. We gaan met lege handen, maar veel nieuwe kennis weer weg.

De volgende ochtend moeten we om 4.30u op. De Borobudur, de grootste boeddhistische tempel van Indonesië willen we bij zonsopkomst zien. Dit is het beste tijdstip om deze beroemde tempel te zien, omdat de stenen door het veranderende licht steeds een andere kleur lijken te hebben.
Het is al aardig licht als we aankomen en we blijken niet de enige bezoekers te zijn. Er zit een hele groep westerlingen begeleidt door een aantal monniken voor de entree van de tempel. We moeten er even tussendoor om omhoog te kunnen. Terwijl wij naar boven klimmen begint de groep te chanten (een soort van zingend bidden) en lopen ze rond te tempel. Zo krijgt ons bezoek nog een extra dimensie, omdat we nu ook iets meekrijgen van de spirituele oorsprong van de Borobudur.

Op weg naar onze volgende bestemming passeren we de Merapi vulkaan, en de schade die deze nog geen 3 maanden geleden heeft aangericht. Er lopen grote lavastromen midden door een dorpje. Gelukkig zijn er hier geen mensen overleden, maar van het dorpje is niet veel meer over. Het aanzicht doet ons beseffen hoe monsterlijk de kracht van deze “puistjes” van moeder aarde kan zijn. De willekeur waarmee het ene huis volledig bedolven is, terwijl de buren amper een balk hoeven te vervangen maakt de mensen hier nederig vertelt onze gids. Hier weet men maar al te goed dat ze de vruchtbare grond aan de vulkaan te danken hebben en dat dit soms ook offers kost.

We rijden weer door naar de Prambanan. Dit is een hindoeïstisch tempelcomplex ook in de omgeving van Yogya. De Prambanan is, net als de Borobudur, volledig uit losse stenen opgebouwd en heeft dus zwaar te lijden onder de vele aardbevingen van Java.Aangezien de Prambanan uit vele kleinere gebouwtjes bestaat is deze minder stevig dan de boeddhistische kolos en is er, na een flinke aardbeving, veel schade. Men is al jaren bezig om de tempels weer op te bouwen, maar ver komen ze niet, omdat al het werk weer opnieuw moet na een aardbeving. De grootste gebouwen staan op dit moment wel allemaal en hoewel we niet overal in mogen krijgen we een indruk van het geheel. De jonge studentes die zich hebben opgeworpen als gids vertellen ons van alles en zo leren we meteen wat over het hindoeïsme. Wij wisten bijvoorbeeld niet dat er voor iedere God en zijn ‘vehikel’ een los gebouw is.

Na de Merapi te hebben gezien willen wij nog wel meer vulkanen zien, dus de volgende dag om 08.00u zitten we weer in een busje naar Gunung Bromo. Dit schijnt een mooie bijzondere locatie te zijn waar drie vulkanen in een caldera liggen. De Bromo vulkaan is op 28 januari 2011 uitgebarsten en is nog steeds actief. Ons is verteld dat we daarom de vulkaan niet kunnen beklimmen en snel merken we waarom. Tijdens de rit naar boven vinden we het een beetje raar dat de chauffeur continue zijn ruiten schoonspuit, maar als de sproeier leeg is ziet iedereen meteen waarom dit was. Het regent as!
’s Nachts om 03.30 staan we op om de zonsopgang te zien. Het is een behoorlijke klim en als we bij het viewpoint zijn zien we nog niets. Helaas wordt het zicht er niet beter op als het licht opkomt. Er zijn veel wolken. Wel horen we een vulkaan borrelen, grommen en af en toe zelfs knallen. Als de wolken een beetje optrekken zien we ook de zwarte rook die uit de vulkaan komt. Het beste moment is als we een behoorlijke knal horen en er zelfs een schokgolf uit de vulkaan komt. Al zien we geen lava spuiten (dat zie ja blijkbaar alleen bij nacht), dit is een echte vulkaanuitbarsting.

We zijn zo onder de indruk van het natuurschoon, of eigenlijk natuurgeweld, dat we helemaal niet weg willen. Dit is zeker een van de meest speciale dingen die we ooit gezien hebben en we praten er nog lang over na terwijl we in de bus naar Bali stappen.



Over vulkanen en lavastromen
Door: Puck | Geschreven op 5-05-2011

TERUGREIS GEWIJZIGD

Vanwege het slechte weer in Zuid-Thailand hebben wij onze terugreis gewijzigd. Wij zullen nu op zaterdag 2 april om 18.40u in Dusseldorf landen. Ons vluchtnummer is AB7151.



TERUGREIS GEWIJZIGD
Door: Puck | Geschreven op 29-03-2011

Over Caldera’s en Orang Oetans

Vanuit Melaka pakken we de veerboot naar Dumai op Sumatra. Bij aankomst valt ons meteen de armoede weer op, na het relatief rijke Maleisië. Dumai is niet toeristisch en er is niets te doen, dus de volgende ochtend reizen we verder naar Bukittingi. Het zal een van de vervelendste reizen tot nu toe worden. We zitten 10 uur in een minibusje met 4 personen op een achterbank bestemd voor 3 volwassenen. En de airco lekt water boven op onze hoofden en backpacks! Na het bereiken van ons hotel, rond een uurtje of 6 zijn we gesloopt en slapen vroeg in.

De volgende dag zijn we weer helemaal fris en nemen een kijkje in het plaatsje Bukittingi. Er rijden hier veel paard en wagens rond als taxi, dit hebben we nog niet eerder in Azië gezien. Onderweg valt ons op dat Indonesiërs veel vragen stellen als we voorbij lopen. “Where are you going?” is de populairste, maar ook “Where are you from?” of “What’s your name?”. Veel meer nog dan de rest van Azië. In eerste instantie denken we; ‘Wat moeten jullie van ons?’. Maar we weten dat Indonesiërs oprecht geïnteresseerd zijn, het is voor hen juist een vriendelijk gebaar. Dus af en toe maken we een gezellig praatje met wat locals.

Een dag later staat er om 9.00u een auto voor ons klaar. We hebben een privétour geboekt door de omgeving van West-Sumatra. Zo zien we nog meer van Bukittingi en rijden we langs mooie rijstvelden en plantages. De gids weet de mooie uitzichten prima te vinden en legt ons veel uit over de bomen, planten en dieren. Hij snijdt een stukje boomschors af en het ruikt naar kaneel, dit is dus een kaneelboom. Verderop zien we ook hoe ze de schors verwerken tot kaneel.
We rijden door kleine dorpjes waar nog Nederlandse invloeden te vinden zijn. Als we op een gegeven moment aankomen op de top van een berg hebben we een spectaculair uitzicht. Het is een meer wat omringd door een aaneengesloten bergketen. Het meer ligt een stuk dieper dan de rest van de omgeving en is ontstaan door de uitbarsting van een caldera (supervulkaan) met een krater van 10 kilometer doorsnee. Later heeft de krater zich gevuld met water. Zeer indrukwekkend dit uitzicht! Na de tour brengen we nog even een bezoek aan het park waar veel grote vleermuizen in de schemer uitvliegen. De dag sluiten we af met het kijken naar een echte sumatraanse dansvoorstelling.

De 3e dag in Bukkittingi bezoeken we Fort Cocks, een Nederlands fort uit 1830 wat op een heuvel staat met een vogelpark erbij. Tijdens de lunch valt het ons op dat het eten al een paar dagen erg goed is. Ik houd van spicy, sate en kroepoek en overal is de nasi goreng, mie of gado gado geweldig. De Indonesische keuken is mijn favoriet!

De tocht naar Danau Toba, het Toba meer, is een zware. Het is een nachtbus van 16 uur en ik slaap maar weinig. Tijdens de rit trekken we veel bekijs. We ontbijten bij een restaurantje waar we op de foto gaan met een Indonesisch gezin en 2 studenten, die we in de bus ontmoet hebben. Het laatste stuk moeten we nog met een veerboot naar het eiland wat in het Toba meer ligt. We vinden een goedkope bungalow bij het Carolina resort en zijn meteen verkocht. Wat een prachtig uitzicht en die heerlijke rust van het eiland en het meer. Het meer ligt wederom in de krater van een caldera. Maar deze keer is het nog veel groter, 50 bij 50 kilometer, we kunnen niet eens het volledige meer zien! Heel onwaarschijnlijk wat een natuurgeweld hier 70.000 jaar geleden heef plaatsgevonden. Een vulkaan die gemiddeld een halve meter as heeft gestrooid over heel Azië en het meeste leven op aarde vernietigde.

Toevallig zijn Louise en Rickard ook afgereisd naar Danau Toba. Dit is het Zweedse stel wat we ook al eerder ontmoet hadden in Yangshou, China. De volgende dag kletsen we gezellig bij. Helaas zijn ze erg verkouden geworden in de jungle van Sumatra en blijven ze veel op hun kamer. Daarom blijft het bij af en toe gezellig wat eten en drinken. Wij huren een dag later een motorbike en rijden over het eilandje rond. Onderweg stoppen we weer bij een klein stalletje om wat te drinken te kopen. Dit zijn de leuke dingen van zo’n tocht. Op een gegeven moment hebben zich wel 12 kinderen rond om ons heen verzameld. Allemaal nieuwsgierig wat we komen doen en staren naar die rare buitenlanders. We blijven nog een paar dagen op dit mooie eiland en bezoeken Louise en Rickard vaak. Het voelt goed en we zullen ze in de toekomst nog wel eens gaan opzoeken.

Na deze dagen gaan we verder richting Medan, de hoofdstad van Sumatra. Dit is alleen een tussenstop op weg naar Bukit Lawang, om wat dingen te regelen. In Bukit Lawang ligt een van de laatste stukjes oerwoud van Sumatra en we komen hier niet alleen om van de jungle te genieten maar ook voor de orang oetans.
In Bukit Lawang zit een groot opvangcentrum, waar apen uit gevangenschap langzaam weer getraind worden in eten zoeken. De apen die teruggezet zijn in de jungle moeten het zelf opknappen, maar ze kunnen 2 keer per dag naar een plateau komen voor aanvullende voeding. Deze voeding is een simpel dieet van bananen en wat melk, zodat de orang oetans alleen komen als ze het echt nodig hebben, de jungle biedt namelijk veel meer lekkers.
Toeristen kunnen dit voederen komen bewonderen. Na een wandeling van 20 minuten door de jungle komen we aan op de voederplek. Langzaam komen er een paar orang oetans naar beneden en grijpen wat bananen en melk van de voeders. We zien ze heel handig van boom naar boom klimmen en het is geweldig om te zien. We zien zelfs een parend stel, iets wat de voeders nog niet gezien hebben in het wild.
De volgende ochtend gaan we nog een keer en zien een groot wild mannetje naar beneden komen. De bewakers zijn op hun hoede en verstoppen het eten. Na een tijdje vertrekt het mannetje en kan de rest weer gevoerd worden. Het blijft prachtig om te zien.

Later op de middag pakken we de bus terug naar Medan, omdat we morgen vroeg in de ochtend zullen vertrekken naar Java.



Over Caldera’s en Orang Oetans
Door: Erik | Geschreven op 24-03-2011

Over tandpijn en familiebezoek

Er zitten 3 dagen tussen het vertrek van de ouders van Puck en de aankomst van Nel, Thomas en Thea. Dit zijn respectievelijk mijn moeder, oom en tante. Voor hun aankomst maken we nog een afspraak bij de tandarts voor Puck. Ze heeft al weken last van haar verstandskies die doorkomt en ze blijkt er een vervelende ontsteking bij te hebben. Na een uurtje, vele spuiten en 2 antibioticakuren kan ze er weer 2 maanden tegen. Ze moet wel, als ze terug is in Nederland, even op controle.  

Op vrijdag 28 januari is het zover en halen we het drietal van het vliegveld op. Het is al avond als we bij het hotel aankomen en kletsen ’s avonds even gezellig bij. De volgende dag stappen ze op de Hop-on Hop-off bus om al vast wat toeristische attracties te bezoeken. Wij hebben al veel gezien van Kuala Lumpur en gaan niet mee. Wij bereiden de volgende dag alvast voor. Die dag gaan we wel samen optrekken. Verder maken we een planning voor de rest van onze reis. We besluiten Singapore over te slaan en na Maleisië, Indonesië te bezoeken. Hierna kunnen we nog mooi een meditatiecursus in Thailand volgen en daarna zullen we via Bangkok op 30 maart aankomen in Düsseldorf. We boeken alvast alle vliegtickets en reserveren de cursus in Thailand.

De zondagochtend sta ik vroeg op om kaartjes te halen voor de Skybridge van de Petronas Towers. We hebben gisteren gehoord dat het heel druk kan worden en er zijn maar 1600 kaartjes te vergeven. Het is goed dat ik er vroeg was, ik was nummer 497 in de rij en kan nog net kaartjes krijgen. Onze drie gasten bezoeken ‘s ochtends nog even Chinatown. We spreken af bij de torens en gaan we met z’n vijven de skybridge van Petronas Towers op. Het regent heel de dag en het is maar goed dat we veel binnenactiviteiten gepland hebben. Na de skybridge bezoeken we het grote aquarium van KL en ‘s avonds drinken we nog lekker wat bij de Skybar van het Traders hotel.

Op maandagochtend klaart het aardig snel op en we besluiten met z’n vijven de Batu Caves te bezoeken. Dit zijn mooie grotten in karstbergen aan de rand van Kuala Lumpur. Het is een soort Hindoestaans religieus oord geworden voor de Indiërs in KL. Van de ene kant staan er mooie tempels en versieringen, maar van de andere kant wordt het natuurlijk schoon zo wel wat verpest. Diezelfde avond proberen we een hotel te vinden voor ons vijven in Melaka. Maar dit blijkt zeer lastig, de dag dat we aan zullen komen is het chinees Nieuwjaar en alle hotels en hostels zitten vol. Na goed speurwerk vinden we uiteindelijk een hostel.

De dinsdag houden we vrij voor shoppen, zo bezoeken we een grote Mall en de lokale markt Chow Kit. Dit is een van de grootste lokale markten met standjes die we tot nu toe gezien hebben. Hier in de buurt ligt ook een Indische Sikh tempel en hier leren we het een en ander over het Sikh geloof. Hierna lopen we door naar Lake Tittiwanga. Op zich een mooi vijvertje om lekker te ontspannen maar niet heel erg interessant. De laatste dag in Kuala Lumpur gaan we naar de Thean thou tempel. Dit is een grote Chinese tempel met Boeddha beelden en mooie versieringen voor het chinees Nieuwjaar van vandaag. In een grabbelton met stokjes kunnen we onze toekomstvoorspelling halen. Allemaal trekken we een voorspelling uit de ton. De een wat rooskleuriger dan de andere. Bij terugkomst gaan onze gasten door naar het Merdeka square en wij gaan ons 60 dagen-visa voor Indonesië ophalen bij de ambassade. Om 17.00 uur staat het taxibusje klaar bij het hotel om ons naar Melaka te brengen. Een uurtje of 2 later stappen we uit, voor de deur van het ‘Rooftop Guesthouse’ dat ik geboekt had. Wat een geluk, ze vertellen ons dat ze nog maar een uur online waren en toen al mijn boeking doorkregen. Het is Chinees Nieuwjaar en alles in de stad zit die avond vol. Na een gratis diner lopen we nog even rond door China Town. Het is ontzettend druk op de avondmarkt. Zo staan er grote versierde wierrookkaarsen van wel 2 meter hoog bij een Chinese tempel. Om middernacht zien we dat ze worden aangestoken en zelfs de dag erna zien we ze nog branden!

De volgende ochtend halen we ontbijt bij de lokale supermarkt en genieten van het dakterras. We zijn zeer tevreden over ons guesthouse. Helemaal in het nieuw, goedkoop en zeer behulpzame eigenaars. Voor de volgende dag regelen ze zelfs een huurauto voor ons. Na het ontbijt lopen we de stad in en bezoeken we de koloniale wijk. De stad behoorde in de 15e eeuw aan de Portugezen. Maar van hun invloed is maar weinig terug te vinden. De Hollanders veroverde Melaka in de 16e eeuw en eind 18e eeuw kwamen de Engelsen. Het is vooral die invloed die we zien. De top attractie is het “Stadhuys”. Dit is een groot museum over de historie van Melaka. Maar in de tijd van de Hollanders was dit het bestuurscentrum van de regio. We zien ook veel bijzondere fietstaxi’s, de meeste versierd met bloemen en sommige zelfs compleet met muziekinstallatie.

De volgende dag staat de auto om 10.00 uur ‘s ochtends voor ons klaar. Het is even wennen me een schakelbak en het stuur aan de linkerkant. We rijden naar het Caldaro Forest reserve. Dit is het laatste stukje authentieke Jungle van Maleisië aan de west kust. Ook zouden hier veel verschillende vogels langskomen op doortocht tussen Februari en April. We stoppen eerst even bij een stukje strand, hier zien we veel kleine krabbetjes rondrennen en als we te dichtbij komen kruipen ze snel onder het zand. We rijden door tot aan de ingang en eten even bij een resort vlakbij. Hierna gaan we de Jungle in en zien onderweg wat verschillende apen en bijzondere planten. Bij de kust staat een vuurtoren en hier heb je een mooi uitzicht over de zee, de straat van Melaka. Ook zien we hier een paar bijzondere adelaars vliegen. ’s Avonds teruggekomen in Melaka bestaat ons afscheidsdiner uit friet met kroket. Dit zijn we al lange tijd niet meer tegengekomen en is ook wel weer eens lekker! Inderdaad, goed gelezen, het afscheidsdiner want de volgende ochtend nemen we afscheid van mijn moeder en T&T. Zij reizen verder door naar Singapore en wij vertrekken op de boot naar Dumai, Indonesië. Het was erg leuk om familie weer eens even gezien te hebben!



Over tandpijn en familiebezoek
Door: Erik | Geschreven op 8-03-2011

  • Home |
  • Contactformulier |


  • THUIS!
    Begin april 2011 stonden wij weer op Nederlandse bodem.
    Discovering Asia zat er alweer op.
    Een volgende reis, dwars door de USA staat alweer op de planning. Onze reisverhalen zijn echter nog niet compleet, er zullen nog verhalen volgen over Java, Bali, onze meditatiecursus in Wat Kow Tahm en natuurlijk over hoe wij vast kwamen te zitten op Koh Phangan.
    Hou de site in de gaten voor de laatste updates en nieuwe verslagen over volgende reizen!