Over Wat’s en dolfijntjes

Voor het eerst in ruim 2 maanden komen we op bekend terrein. In Siem Reap zijn we in 2009 al geweest. Het lijkt misschien raar, maar hier weer zijn voelt een beetje als thuiskomen.
Iedereen die naar Siem Reap gaat, is er voor dezelfde reden. Het werelderfgoed Angkor, is een gebied van 400 km2 en bevat vele tempels, allen gebouwd tussen de 9e en de 14e eeuw. De bekendste en grootste is Angkor Wat. Het is echter de afwisseling tussen de tempels die het hier zo interessant maakt.

De dag na aankomst huren we een paar fietsen en vertrekken richting Angkor. We betalen de entree voor 3 dagen ($ 40, -) en mogen alle tempels nu in, om te beginnen met Angkor Wat. Nog steeds enorm indrukwekkend, maar een beetje jammer dat dit jaar bijna de gehele voorkant in de steigers staat. Dat worden vast geen leuke foto’s. Gelukkig hebben we die vorig jaar al gemaakt. Nadat we een tijdje hebben rond gelopen voel ik me ineens helemaal niet lekker en besluit ik terug te gaan. We hebben al voor deze dag betaald, dus het is zonde om er helemaal geen gebruik van te maken. Erik blijft daarom hier, rondkijken en fotograferen. Het is wel een beetje vreemd om alleen te zijn. Dat is al ruim 2 maanden niet gebeurd, maar juist daarom wel fijn. Als het tijd wordt voor het avondeten is het echt leuk om te kunnen vragen hoe de dag was.

Voor de tweede dag hebben we grote plannen. We gaan namelijk de afgelegen tempels bezoeken. Dit zijn tempels die ook bij de “Heilige Stad” Angkor horen, maar toch ongeveer 50km van de rest afliggen. Natuurlijk zijn er nog veel meer tempels te bezoeken, maar deze zijn goed bewaard gebleven en anders dan degene in het gebied rond Angkor Wat, waardoor ze ook de moeite van het bezoeken waard zijn. Mannetje met tuk-tuk geregeld en op naar Banteay Srei. Deze tempel wordt ook wel de “Jewel of the Khmer Art” genoemd, omdat de gravures en beelden hier nog in zeer goede staat zijn, in vergelijking tot de andere tempels.

Daarna rijden we verder naar Kbal Spean. Deze “Valley of 1000 Lingas” is in werkelijkheid een rivier met bewerkingen in het omliggende steen. Ooit zouden er hier 1000 linga’s, halfronde bollen, in de rivierbodem geweest moeten zijn. Geloofd werd dat deze het water vruchtbaarder maken. De bewerkingen in de omliggende stenen zijn moeilijk te vinden. Er is nog 1 groep beeltenissen gedeeltelijk te zien, en met wat verbeelding zou je kunnen bedenken hoe het ooit geweest zou kunnen zijn. De vele linga’s zijn gelukkig nog goed te zien, ondanks het stromende water dat hier al meer dan 10 eeuwen overheen gaat. Het is echt prachtig om te zien. De gelijkheid van de bollen, het strakke patroon en de symmetrische lijnen maken duidelijk dat ook hier alleen perfectie werd gecreëerd.

Het einde van de dag lijkt al aan te breken. Hier in Azië gaat de zon standaard om 17.30u onder en dan is het ook echt meteen pikdonker. We gaan dus terug naar de stad, maar nemen wel de tijd om onderweg nog een stop te maken bij het Landmine Museum. Overal in Cambodja wordt gewaarschuwd om niet van de gebaande paden te wijken en hier wordt duidelijk waarom. Er liggen in Cambodja naar verwachting nog meer dan 4 miljoen mijnen (of andere niet-ontplofte explosieven) en met het huidige tempo zou het 100 jaar duren om het hele land veilig te maken. Met ongeveer 30 explosies per maand zijn mijnen een gevaar dat niet onderschat moet worden.

We plannen een rustdag in voordat we onze derde dag tempels zullen doen. Hoe mooi de omgeving ook is, je ziet hier zoveel tempels dat er al snel tempelmoeheid op kan treden en een dagje lezen is een goede remedie.

De laatste dag in Angkor hebben we een volle agenda. Al om 5.30u zitten we op de fiets en de zonsopkomst zien we bij Bayon. Na hier in alle rust rondgelopen te hebben gaan we door naar het Terrace of the Elephants en het Terrace of the Leper King, wat er direct naast ligt. Het valt ons op dat alles veel groener is als vorig jaar, natuurlijk omdat het regenseizoen net is afgelopen.
Voor de lunch racen we op onze mountainbikes terug naar de stad, om een kookcursus te doen. Het eten smaakt ons goed en met de recepten kunnen we thuis aan de slag. Wel krijgen we een dubbel gevoel bij deze cursus. Ze maken hier zoveel gerechten, en grote hoeveelheden dat er veel wordt weggegooid, terwijl buiten, nog geen 10m van ons vandaan, mensen staan te bedelen. Zij kunnen dit eten vast waarderen.
Meteen na het eten gaan we weer terug naar de tempels, Ta Phrom. Hier lopen we rond tot de zon langzaam onder gaat. Zonsondergang willen we graag zien bij Angkor Wat, want ik verwacht dat Angkor vanuit de achterkant minder bezocht is en we zo iets speciaals kunnen zien. We racen op onze fietsjes tussen de tempels door, maar dankzij een knalband op mijn fiets missen we het spektakel. Wel probeer ik nog wat nachtfoto’s te maken, wat hopeloos mislukt. Dag Angkor. We hopen hier ooit weer eens terug te kunnen komen en te kunnen genieten van je pracht en praal.

De volgende busreis verloopt weer niet zonder problemen. Hadden we eerder al last van lekke banden of kapotte airco’s, nu is het een overhitte motor die ons doet stoppen. Iedereen uit de bus en langs de weg schuilen voor de zon. Na een tijdje komt er wel weer een nieuwe bus, we kijken niet eens meer op de klok om te zien hoe lang we wachten. Zo gaat het hier en we zijn onderhand volledig ingeburgerd.

Kratie is weer eens iets anders. De straten zijn zeer breed, maar er rijdt alleen af en toe een scootertje voorbij. Het is er enorm warm, droog en stoffig, en de mensen verschuilen zich binnen, waardoor het als een verlaten cowboystad voelt. Twee Australiërs die met ons een tour hebben gedaan komen we de hele dag tegen. Eerst het ene restaurantje voor lunch, het volgende café voor een drankje, op de markt. Kratie is dus naast een verlaten stad, ook een klein, verlaten, cowboystadje. Toeristen komen voornamelijk naar Kratie voor de Mekong-dolfijntjes. Dit is een speciale soort die in zoet en zout water kan leven. Helaas wordt ook deze soort bedreigd, door lokale visserij en vervuiling van de rivier. Toerisme is hier niet per definitie slecht. Met de juiste organisatie storen we de dieren niet en wordt het geld gebruikt voor behoud van de diersoort en lokale ontwikkeling. Zo worden locals zich ook bewust van deze attractie en zijn ze voorzichtiger met bijvoorbeeld hun visnetten. De dolfijntjes genieten ondertussen lekker van hun vrijheid, en springen vrolijk om ons heen.



Over Wat’s en dolfijntjes
Door: Puck | Geschreven op 14-01-2011

Over cyclo’s en bamboo-treinen

Vanaf de grens met Vietnam is het een redelijk lange zit in de speedboot. We zijn op weg naar Phnom Penh in Cambodja. Als we aankomen staan er, zoals gewoonlijk, al veel tuk-tuk chauffeurs en rondselaars voor guesthouses op ons te wachten. We wimpelen ze allemaal vriendelijk af en gaan eerst wat eten bij de Green Vespa. In de reisgids zien we dat er genoeg guesthouses zijn op loopafstand. We gaan dus snel op pad, op zoek naar een slaapplaats.

De tweede dag gaan we naar de killing fields van Choeung Eck en Tuol Sleng, de S-21 gevangenis. Het is onbegrijpelijk dat de mens (de rode Khmer) tot zulke dingen in staat is. De foto’s van gruwelijke martelingen in de S21 gevangenis spreken voor zich. De alternatieve moordmethoden om kogels te sparen zijn vreselijk, vooral het vermoorden van baby’s doet ons gruwelen. Deze werden doodgeslagen tegen een boom, wat echt getuigd van extreem onmenselijk gedrag. De dag maakt veel indruk op ons en we zijn dan ook emotioneel te vermoeid om verder nog dingen te ondernemen.

De volgende dag lopen we de voorgestelde wandelroute van de lonely planet. We beginnen met het huren van een cyclo, een grote fiets met stoel voorop. We treffen een oude man die geen Engels kan, maar met handen en voeten maken we duidelijk dat we een dollar betalen voor de rit. In tegenstelling tot de cyclo’s in Vietnam zijn deze stoelen niet groot genoeg om samen in te passen. Als er even later nog een cyclo stopt zijn we klaar om te gaan, 2 dollar voor het ritje. Het is een behoorlijke prijs voor deze afstand maar we gunnen het de mannen wel, dit is immers hun inkomstenbron en waarschijnlijk het enige wat zij nog kunnen, op deze leeftijd. Cyclo’s zijn helaas een uitstervend ras, ze worden door tuk-tuk’s en taxi’s snel uit de markt gedreven. Korte tijd later komen we aan bij een mooie tempel, Wat Phnom, op de enige heuvel van Phnom Penh. Hierna gaan we te voet verder. We stoppen even bij de grote markt, waar een groot winkelcentrum naast ligt. Hier zien we het grote contrast tussen arm en rijk duidelijk. We vervolgen onze wandeling langs wat kleine bezienswaardigheden en komen uiteindelijk aan bij het “Royal Palace”. Dit is het paleis van de koning van Cambodja. Het ziet er prachtig uit en heeft wel wat weg van het paleis in Bangkok. Binnen dezelfde muren is ook de “Silver Pagoda” te vinden. Dit is een boedistische tempel met een vloer van 5000 zilveren vloertegels, ieder een kilo zwaar. Binnen zijn weer heel veel gouden en zilveren beelden te vinden. Uiteindelijk drinken we nog even wat bij “Friends Café”, wederom een café waar het draait om het opleiden van (kansarme) jongeren.

De 4e dag verlaten we Phnom Penh en reizen we met het openbaar vervoer naar Battambang. Het enige openbaar vervoer in Cambodja bestaat uit bussen. Treinen hebben ze niet omdat het spoor al 50 jaar niet meer is bijgehouden, wel horen we van plannen voor een spoorverbinding tussen Phnom Penh en Battambang, die er ooit zou moeten komen. Een goed plan, want met de bus reizen duurt vaak erg lang.

Wanneer we aankomen in Battambang wimpelen we weer hordes ronselaars af. We zoeken naar een hotel voor de komende paar dagen, maar zien onderweg niet veel toeristen, cafeetjes of restaurants. Dat is weer eens wat anders. Als we hebben ingecheckt bij “Royal Hotel” gaan we op zoek naar een restaurantje. We hebben moeite om wat te vinden, maar later blijkt dat we gewoon de verkeerde kant op gelopen zijn. Het noorden van het centrum is niet spectaculair en het blijkt dat je het zuiden moet hebben voor wat meer sfeer.

We vragen de volgende ochtend naar een tour door de omgeving bij ons hotel en er komt meteen een tuk-tukchauffeur bij ons staan. Het blijkt dat in Battambang de tuk-tuk chauffeur ieder hun eigen hotel hebben waar ze voor werken, sterker dan we tot nu toe gezien hebben op andere plaatsen. Onze tuk-tuk chauffeur is een uitstekende keus gebleken, hij leidt ons zelfs langs bezienswaardigheden waar we niet direct om gevraagd hebben en geeft er ook nog eens uitleg bij! De eerste stop is de bamboo-trein. Dit bestaat uit niets meer dan een bamboevlotje met 2 assen eronder. Er staat ook een klein motortje op die een as aandrijft. Het ziet er gammel uit maar het rijdt toch aardig door. Ook het spoor ziet er erg slecht uit en we verbazen ons dat het wagentje mooi op het spoor blijft. Zo rijden we door een mooie omgeving, het echte platteland. Cambodja is uitzonderlijk vlak, eigenlijk net zo vlak als Nederland. Onze chauffeur brengt ons hierna naar een lokale pottenbakker die grote potten van beton maakt, om tijdens het regenseizoen water in op te vangen voor het droge seizoen. Nu we dit gezien hebben zien we ze echt overal staan. Wel grappig. Ook laat hij een familie zien die rijstpapier maakt. Dit hebben restaurants nodig om spring rolls (loempia’s) te kunnen maken. We stoppen bij de oude Pepsi fabriek die een verlaten indruk maakt. Deze staat al leeg sinds 1975, toen de rode Khmer alle privé bezittingen en kapitalisme verbood. Hierna gaan we door naar een krokodillenboerderij, ze fokken hier krokodillen voor leer en vlees. Het is indrukwekkend om te zien hoe gemakkelijk ze hier met deze beesten omgaan. Ze slapen er praktisch naast. Als laatste brengen we een bezoek aan Wat Ek Phnom. Dit is een oude deels ingestorte tempel uit de 10e eeuw, net als Angkor Wat. Maar omdat we Angkor vorig jaar al gezien hebben maakt het jammer genoeg geen grote indruk meer. Een aanrader als je Angkor nog niet gezien hebt.

Even wat anders, ik word niet snel ziek van eten. Maar in Battambang, tegenover ons hotel, zit een eettentje. Van de salade ben ik 3 dagen ziek geweest. Geen aanrader dus. Hebben ze me toch te pakken, die Aziaten!



Over cyclo’s en bamboo-treinen
Door: Erik | Geschreven op 30-12-2010

Cambodja in handen van de Rode Khmer


Dit reisverhaal is niet het normale reis-dagboek-verhaal dat jullie van ons gewend zijn. Dit verhaal gaat over de verschrikkingen die Cambodja heeft doorgemaakt tijdens de onderdrukking van Pol Pot en zijn Khmer Rouge. Wij vinden het belangrijk dat dit verhaal nog eens extra benadrukt wordt en willen daarom een apart stuk hieraan wijden.

Phnom Penh is onze volgende bestemming. De hoofdstad van Cambodja, en tevens een stad met een vreselijke geschiedenis.
Nog maar 35 jaar geleden kwam hier de Khmer Rouge aan de macht en hebben velen van hun eigen landgenoten laten lijden en vermoord. Deze Rode Khmer wilde een extreem communisme invoeren in Cambodja. Het land moest terug in de tijd. Ze voerden een nieuwe jaartelling in, beginnend bij het jaar 0. Geld was niets meer waard en iedereen moest op het platteland werken. Ondanks dat hierdoor genoeg voedsel werd geproduceerd leefde men in grote hongersnood. Het voedsel werd namelijk gebruikt om wapens van te kopen, waarmee dezelfde bevolking onderdrukt werd. Het regime werd steeds strenger en de bestuurders steeds wantrouwiger, waardoor het leven steeds slechter werd. Uiteindelijk zijn het de Vietnamezen geweest die Cambodja bevrijd hebben (nadat ze net een oorlog tegen Amerika achter de rug hadden).
Helaas heeft dezelfde Rode Khmer nog lang een flinke vinger in de politieke pap gehad, omdat veel van de latere bestuurders ook lid waren van deze beweging. Op dit moment heeft Cambodja nog steeds een premier die ooit lid was van de Rode Khmer en probeert te voorkomen dat er mensen berecht worden voor hun daden tijdens de oorlog.

Onlangs (26 juli 2010) is de eerste van de topmannen van de Khmer Rouge veroordeeld voor zijn gruwelijke daden. Deze man, directeur van de S-21 gevangenis, heeft toegegeven dat alle misdaden binnen S-21 op zijn instructie zijn gedaan en dat hij zelf ook mensen heeft gemarteld. Hierop kreeg hij een celstraf van 35 jaar waarvan hij, na aftrek van voorarrest en met goed gedrag, na 11 jaar alweer vrij zou kunnen zijn. De overige 4 topmannen zijn nog steeds niet veroordeeld. Zij zitten in de cel, op een rechtszaak te wachten. Pol Pot, de hoogste baas van de Rode Khmer (de Hitler van deze oorlog) is al in 1998 overleden. Veel Cambodjanen zien geen gerechtigheid in deze gang van zaken, gezien er ruim 2 miljoen mensen (een kwart van de inwoners) op vreselijke wijze zijn gestorven onder hun bewind. En bijna iedereen Cambodjaan heeft familie of vrienden verloren tijdens deze gruwelijke tijd.

Natuurlijk is het belangrijk om bij een bezoek aan Cambodja ook deze geschiedenis te herdenken. Daarom brengen we de eerste dag hier meteen een bezoek aan Choeung Eck, ook wel de Killing Fields en aan het Tuol Sleng Museum.

Het Tuol Sleng museum is gevestigd in de S-21 gevangenis. De aanblik van deze gevangenis is heel dubbel, omdat deze gebouwen ooit dienst deden als school. De opzet is hetzelfde als alle andere scholen die hier in de omgeving te zien zijn. Alleen zie je hier, naast de speeltoestellen voor de scholieren graven liggen. Deze graven zijn van de 14 mensen die hier als laatste doodgemarteld zijn, enkele uren voordat de Vietnamezen de gevangenis hebben overmeesterd. In enkele van de klaslokalen staan de bedden waarop deze mensen gevonden zijn en er hangt een foto met hoe ze zijn aangetroffen. Deze beelden zijn verschrikkelijk, maar het harde bewijs van de gruwelijkheden die hier plaatsvonden.
De klaslokalen zijn door de Rode Khmer allemaal als cellen gebruikt. In sommige lokalen zat iemand alleen, in andere lokalen zijn aparte, kleine cellen (1*2m) gebouwd, maar in nog andere lokalen zaten wel 40 man aan elkaar geketend. In de kleinere cellen ligt nog hier en daar bloed op de grond, en andere lokalen hebben wanden vol met foto’s van de gevangenen. Jonge kinderen en ouderen staren je aan. De mensen die hier in de gevangenis zaten waren niet crimineel. Velen van hen hadden gestudeerd, of een hoge functie in de tijd voor de Rode Khmer aan de macht kwam. Voor Pol Pot was een opgeleid iemand een gevaar voor zijn ideeën en om eventuele wraakacties voor te zijn werd meteen de gehele familie vermoord.

Veel van de mensen die in S-21 gevangen zaten zijn later naar Choeung Eck gebracht. Dit is een boomgaard, ongeveer 15 km uit Phnom Penh, waar gevangenen van de Khmer Rouge naartoe werden gebracht ter executie. Choeung Eck wordt daarom ook wel de Killing Fields genoemd. Bij binnenkomst staat er een enorm gedenkteken. Hier zijn de gevonden kledingstukken, schedels en overige botten ondergebracht. Zo hebben deze mensen een rustplaats gekregen voor het oog van de wereld, om te laten zien dat zoiets nooit meer mag gebeuren. Als je iets verder loopt is het een onrealistische ervaring om hier te zijn. Een prachtig en vooral vredig natuurgebied lijkt het. Maar de kuilen waar je tussendoor loopt zijn niets minder dan massagraven. In totaal zijn er 129 massagraven gevonden, met in het grootste graf 450 lichamen. In totaal zijn hier tussen 1975 en 1979 meer dan 17.000 om het leven gekomen. Om kogels te besparen zijn deze mensen op andere, zeer pijnlijke en vaak langzame manieren gedood.

Door deze zware tijd, zo kort geleden, is er nog veel armoede in Cambodja. Maar ondanks dit zijn de mensen van Cambodja ontzettend gul. Er zijn hier natuurlijk bedelaars (zoals dat in elk land zonder sociale zekerheid het geval is), maar ze worden hier niet genegeerd. Het viel ons op dat de gemiddelde Cambodjaan zelf ook regelmatig geld geeft aan de bedelaars. Ondanks dat wij het bedelen niet willen stimuleren geven wij daarom ook geld aan de mensen die dit nodig hebben. Onze definitie van nodig hebben beperkt zich in dit geval tot zichtbare beperkingen (veelal ontbrekende ledematen of slechte mobiliteit). Maak je geen zorgen, aan kinderen geven wij nooit geld (omdat dit vaak in de zaken van ‘pooiers’ belandt) en bij twijfel kopen wij iets te eten voor iemand.

De mensen van Cambodja zijn uitzonderlijk vrolijk en aardig. Zodra wij voorbij komen lachen en zwaaien de kinderen naar ons en tijdens een willekeurige stop bij een bedrijf leggen ze ons graag uit waar ze op dat moment mee bezig zijn. Ontwikkeling is hier erg belangrijk, je struikelt hier bijna over de scholen en overal lopen kinderen in uniform. Op dit moment zijn we pas een week in Cambodja, maar we hebben, in deze korte tijd, veel verschillende emoties ervaren. Dit is een land van uitersten. Met een extreem donker verleden, maar ook prachtige geschiedenis, zoals het ontstaan van Angkor Wat en geweldige mensen. Cambodja is een arm land, dat ons geld goed kan gebruiken. Wij zouden daarom iedereen willen adviseren om Cambodja eens te overwegen als volgende reisbestemming, omdat we weten dat dit het land en de mensen goed doet. Het verleden wordt niet vergeten, maar een deur wordt open gezet voor de toekomst.



Cambodja in handen van de Rode Khmer
Door: Puck | Geschreven op 23-12-2010

  • Home |
  • Contactformulier |


  • THUIS!
    Begin april 2011 stonden wij weer op Nederlandse bodem.
    Discovering Asia zat er alweer op.
    Een volgende reis, dwars door de USA staat alweer op de planning. Onze reisverhalen zijn echter nog niet compleet, er zullen nog verhalen volgen over Java, Bali, onze meditatiecursus in Wat Kow Tahm en natuurlijk over hoe wij vast kwamen te zitten op Koh Phangan.
    Hou de site in de gaten voor de laatste updates en nieuwe verslagen over volgende reizen!