Over Karstpieken en Bamboo-boten

Vanuit Hong Kong is het met de bus een uurtje of 9 naar Yanshuo, een stadje in het zuiden van China, het ligt aan de Li rivier en heeft ongeveer 300.000 inwoners. Het mooiste is echter dat het middenin het karstgebergte ligt. Dit zijn bijzonder mooi gevormde, piekige bergen, heel anders dan bijvoorbeeld de Alpen. We verblijven in het Yangshou Culture House, een hostel dat word gerund door een Chinese familie. Ze zijn heel gastvrij en naast het onbijt geven ze ook de lunch en het diner bij de prijs. Voor een schamele 14 euro all-in. Hier hebben we dan ook vaak gebruik van gemaakt en het avondeten was altijd bijzonder goed! De locatie van het hostel is wat buiten het centrum, maar het is maar een kwartiertje lopen en dan ben je er. Dat is dan ook wat we de eerste dag gedaan hebben. Het centrum is echt schitterend, klein opgezet en authentiek. Het mooiste stadje wat we tot nu toe gezien hebben.

De volgende dag hebben we mountainbikes gehuurd en besloten we naar de “Dragon Bridge” te fietsen. Deze ligt op ongeveer 10km buiten het stadje en we nemen een weggetje binnendoor om de sfeer op het platteland te proeven. Na een kilometer of 3 stuiten we op een hostel genaamd “Giggling Tree”, dat wordt gerund door een Nederlands stel. We willen graag eens een nachtje op het platteland door brengen. We reserveren alvast voor onze laatste nacht. We pakken de mountainbikes weer op en gaan verder. De “wegen” zijn niet heel erg goed, harde droge ondergrond met veel stenen. Ik heb er niet zoveel last van maar voor de ongetrainde mountainbikerster is het wat lastiger… De omgeving waar we doorheen fietsen maakt het echter meer dan goed. We zien voornamelijk ouderen die werken in de rijstvelden en op de akkers. De meeste jongeren in China trekken naar de grote stad, dus die komen we niet veel tegen. Uiteindelijk komen we aan bij de Dragon Bridge en het is inderdaad een mooie oude brug, ondanks dat de grote ons een beetje tegenvalt. De liefhebber kan hier met een bamboo-boot terug varen naar Yangshuo met de mountainbikes achterop. Wij besluiten over de grote weg terug te rijden en na een uurtje zijn we terug in Yangshou. Braaf op tijd voor het avondeten.

De dag hierna hebben we het wat rustiger aan gedaan, er is nog geen souvenier van China gekocht, dus daar gaan we naar op zoek. Na een dagje shoppen eten we ’s avonds weer met z’n allen aan tafel. Hier spreken we af met een ander stel, Louise en Richard, om gezamelijk nog naar Monkey Jane’s rooftop bar te gaan en drinken allen wat cocktails. Dit was voor hun de laatste avond en de volgende ochtend rijden we samen met de bus naar XingPing. Dit is een nog veel kleiner dorpje dan Yangshuo. Louise en Richard verblijven hier maar liefst nog eens 8 dagen. Voor ons is dit het startpunt voor een hike van 20km naar een ander klein dorpje genaamd Yangdi. Het lopen gaat bijzonder goed en het is vrijwel vlak omdat we langs de Li rivier stroomopwaarts lopen. Onderweg worden we af en toe lastig gevallen door chinezen op bamboo-boten die ons voor een klein bedrag wel naar Yangdi willen varen. Maar dat is niet onze bedoeling. Wij willen hiken! Als we in Yangdi aankomen pakken we wel een bamboo-boot terug naar XingPing. Deze terugtocht is schitterend, het is een heel andere beleving vanaf de boot en we genieten van het uitzicht. Een leuk feitje is dat zo’n uitzicht vanuit de boot ook is gedrukt op een bankbiljet van 20 Yuan.

Bij terugkomst in XingPing nemen we contact op met Louise en Richard en eten we met z’n vieren een hapje. Het is ondertussen al weer avond geworden en na het afscheid nemen we met z’n tweeën de bus terug naar Yangshuo. Voor de alweer 5e dag hebben we Guilin op de planning staan. Dit is een grotere stad redelijk vlakbij en er wordt van gezegt dat het de moeite van een bezoek waard is. Het blijkt dat alleen het oude centrum echt de moeite waard is en we besluiten er dus maar even rond te kijken. We stuiten op verschillende mooie straatjes en zien een aantal pagoda’s. Highlight van de stad is toch wel Jingjiang Princes City. Dit is een keizerlijk complex uit de Ming Dynasty (14e en 15e eeuw). We zien hele mooie gebouwen en een kleine karstpiek die eenzaam in het landschap staat in het midden van het complex. Tegenwoordig hebben ze er een universiteit in gehuisvest, maar het blijft toegankelijk voor toeristen. Al met al viel Guilin ons een beetje tegen, je hoeft er niet heen als je Yangshuo al gezien hebt. Yangshou straalt veel meer sfeer uit en lig in een veel mooiere omgeving.

De volgende ochtend hebben we een kookles geregeld bij het Cloud 9 restaurant. We gaan eerst naar de lokale markt en krijgen uitleg over allerlei groenten, fruit en vlees. Wat ze hier ook verkopen is hondenvlees en Puck gaat dan ook niet mee naar de vleesafdeling. De honden hangen letterlijk aan de haken naast de kippen, eenden etc. Het blijft wel heel raar om dit te zien. Als we terugkomen gaat ieder maar liefst 3 gerechten maken die we uitgekozen hebben. Na de les mogen we alles zelf opeten en we verbazen ons over hoe goed we het klaargemaakt hebben. In de middag verhuizen we van ons bekende guesthouse naar de Giggling Tree op het platteland. Hier genieten we een middag van de heerlijke rust en bereiden ons voor op de busreis morgen, naar Nanning. Nanning is de grootste stad in Guangxi met meer dan 2 miljoen inwoners, maar het is geen toeristische stad. Hier regelen we zo snel mogelijk onze visa voor Vietnam. Na 3 dagen vertrekken we met de trein naar Vietnam. China was een bijzondere ervaring, maar we kijken uit naar een nieuw land!



Over Karstpieken en Bamboo-boten
Door: Erik | Geschreven op 22-11-2010

Over New York-like en Mickey Mouse

Met een nachtbus gaan we naar Hong Kong (HK). Ondanks dat deze eilandengroep sinds 1997 officieel bij China hoort moeten we een grens over. HK heet namelijk de Speciale Bestuurlijke Regio Hongkong van de Volksrepubliek China en wordt als aparte regio behandeld. Het Chinese visum geldt niet voor deze regio’s en we moeten dus door de douane.
Hierna gaan naar de “echte” stad. Kowloon en Hongkong Island vormen samen het centrum van HK. Hier is het allemaal te doen. Het is nog een uurtje bussen vanaf de grens en we zien onderweg de reden van deze metropool. Havens. Hong Kong betekent dan ook “geurige haven”.
In het centrum aangekomen is er van deze havens niet veel meer te zien. De stad lijkt verdacht veel op New York, met zijn wolkenkrabbers en rechte straten. Westerlingen lopen er hier genoeg rond, evenals elke andere bevolkingsgroep. De grootste verschillen zijn de Chinese tekens en het feit dat iedereen hier aan de verkeerde kant rijdt.
Onze hotelkamer is ieniemieniepiepsieklein, met zijn 2m bij 3m, inclusief badkamer, maar we waren hier al op bedacht en zijn tevreden, omdat het erg schoon en modern is. Vanwege onze nacht in de bus houden we het vandaag een beetje rustig en lopen wat rond. Even wennen aan deze gigantisch drukke stad, waar op iedere straathoek een Indiër staat die je copy-watch (nephorloge) of een kleermaker probeert aan te smeren.

Omdat HK officieel niet onder het Chinese visum valt moeten we een nieuw visum aanvragen. Dat is dan ook een van de eerste dingen die we zullen doen. Het kost namelijk weer een aantal dagen voor dit geregeld is.
Natuurlijk brengen we ook een bezoekje aan de Victoria Peak. Dit is het hoogste punt van HK-Island en je hebt hier prachtig zicht over het centrum. Actief als wij zijn besluiten we om niet weer de peak tram naar beneden te pakken, maar te gaan lopen. Het is al donker als we vertrekken en we lopen een lang stuk. Te ver, waarschijnlijk hebben we een afslag gemist ergens en lopen dus vele kilometers meer dan nodig. Ach ja, is goed voor de lijn.

Een van de belangrijkste redenen voor mij om naar HK te willen is Disney. Als rasechte Disney-fan kan een bezoekje aan dit park natuurlijk niet ontbreken. En zo, eind oktober, is het, dankzij de Haunted Halloween nights nog specialer. De parades en enkele attracties zijn nu in Halloween stijl, lekker griezelen! Het park heeft behalve Space Mountain geen achtbanen, maar we vermaken ons prima met andere attracties, de shows en de parades. Als afsluiter is hier vanavond een vuurwerkshow, aangevuld met een lichtshow op het kasteel. Zo’n afsluiter zagen we eerder in Disney, maar alleen met oud & nieuw. Hier is het iedere avond! Schitterend, een prachtige afsluiter van een heerlijke dag.

Het is alweer onze vierde dag en we kunnen onze visa ophalen. We mogen China gelukkig nog een keer in, maar niet voordat we zoveel mogelijk van HK hebben kunnen zien. Zo is er bijvoorbeeld nog the Symphony of Lights. Een lichtshow, waar vele gebouwen en kantoren in HK aan meedoen. Als je op de kade staat is het een mooie show. De gebouwen worden verlicht op de maat van de muziek. Heel speciaal op dit zo te zien, een gave combinatie van muziek en techniek. Na de show lopen we over de Avenue of the Stars, om de skyline van HK eens goed te bekijken. Hier zijn we niet de enige, de Chinese toeristen zijn ook hier, we beginnen er al aan gewend te raken.
Op onze voorlaatste dag in HK zoeken we een rustigere plek op en gaan op weg naar Lantau Island. Dit is weer een van de 236 eilandjes van de regio HK en hier zit een prachtige kabelbaan die ons naar een gigantische buddha brengt. De Tian Tan Buddha is de grootste zittende bronzen buddha ter wereld, en dat lijkt ons niet overdreven. Van verre zien we hem al zitten. Op deze berg zit ook het Po Lin klooster en we lopen hier lang rond, terwijl we ons verbazen over de wierook. Dit is de eerste keer in ons leven dat wij wierookstokken zien van ruim een meter hoog en 10cm in doorsnee. Het zal vast lang branden, maar brengt wel enorm veel rook met zich mee. We hoesten en proesten ons een weg door het klooster.
Ons idee om ook hier naar benden te gaan lopen blijkt in dezelfde rook op te gaan. Het lijkt niet goed mogelijk om van hieruit weer terug naar beneden te lopen, dus we sluiten in de lange rij aan om weer met de Ngong Ping 360 kabelbaan terug naar beneden te gaan. Terwijl het donker wordt werpen we een laatste blik over Lantau Island.

Deze laatste dag brengen we de tijd die we hebben door in het Kowloon Park waar het een drukte vanjewelste is. Op zondag komen hier de immigranten van HK samen om van hun vrije dag te genieten. Overal zien we kleedjes met daarop vrouwen die aan het kletsen en eten zijn. Een gezellige boel zo, tussen de fonteinen en de dieren van de kleine dierentuin van het park. Er is hier op zondag ook een kong fu samenkomst en we besluiten dit eens te bekijken. Wat een geluk dat ze vandaag een showtje geven. We zien een “leeuwendans”, een tweepersoonskostuum is de leeuw. De jongens in het pak springen in het rond, vliegen door de lucht en dansen op hoge palen. Deze leeuwen kunnen wat ons betreft zo bij het circus. Wij doen het ze niet na.
Met deze show zit onze tijd in HK er echt op. We reizen op eigen gelegenheid naar “de grens” en gaan “weer terug” naar China. Een slaapbus zal ons naar de volgende bestemming brengen. Dagdag Hong Kong.



Over New York-like en Mickey Mouse
Door: Puck | Geschreven op 10-11-2010

Over heel veel trappen en spierpijn

Na de ervaringen in Shanghai, een grote stad met een megadrukke Wereld Expo komen we aan in Tunxi. Een “dorpje” met zo’n 150.000 inwoners. Er zijn in de omgeving van Tunxi een paar mooie dingen te zien, het plaatsje zelf is, op het oude (toeristische) centrum na, niet heel interessant.

Een van de trekpleisters bij Tunxi zijn de Huizhou dorpjes, Xidi en Hongcun. Kleine dorpjes die in z’n geheel op de Werelderfgoedlijst van UNESCO staan. De gebouwen hier dateren uit de elfde eeuw en zijn nog overgebleven uit de Tang Dynasty. Het is zou dus indrukwekkend moeten zijn. Mits je, volgens de reisgids, om de kunstacademie-studenten heen kunt kijken, die hier op iedere straathoek zitten te schilderen. Dat blijkt geen overvloedige waarschuwing van de gids te zijn. Ze zitten inderdaad op iedere straathoek. En op ieder doorgaand paadje. En in de vele nisjes en hoekjes die Xidi rijk is. De bewoners hebben met de bezoekers leren leven. Zij vragen voor ieder speciaal hoekje een aantal yuan entree, naast de Y80 (= €8,-) die we sowieso al moeten betalen voor het dorpje. Wij vinden het een beetje belachelijk. De kosten zijn niet in verhouding met het dorpje zelf. De bewoners zijn wijs genoeg om entree te vragen, maar ze onderhouden de boel niet en zijn zelf de grootste vervuilers. Vragen wij ons af hoelang dit dorpje nog erfgoed blijft en wie er verantwoordelijk is voor de instandhouding, maar vooral waar dat geld naartoe gaat.

In de bus op de terugweg zien we bekenden. Het is een Engels stel dat ook in ons Mongoolse guesthouse zat. Na wat uitwisselen van ervaringen en plannen komen we tot de conclusie dat we morgen dezelfde trip gaan doen. De Yellow Mountain ofwel Huang Shan beklimmen. Helaas blijkt het niet meer mogelijk te zijn om een nacht op de berg te boeken, dus we houden het bij een dagtrip.
Vroeg in de ochtend, 6.20u worden we opgehaald om naar Huang Shan te gaan, extra vroeg zodat we in alle rust kunnen beginnen. Uiteindelijk zijn we de voorsprong weer kwijt omdat we natuurlijk nog wat Chinese toeristen op moeten pikken. Het is bijna 08.30 als we kunnen beginnen aan de berg. Omdat we begrepen hebben dat naar beneden en naar boven lopen te tijdrovend wordt nemen we de kabelbaan naar boven. Dan kunnen we rustig rondkijken en daarna naar beneden lopen (ook minder zwaar). De rit naar boven verloopt goed en het lopen op de berg is heerlijk. Heerlijk rustig en prachtige uitzichten. De rust wordt minder op het moment dat een aantal paden samen komen. Wederom struikelen we over de Chinezen. Alle paden zijn als trapjes aangelegd en ook de opa’s en oma’s lopen mee. Er is zelfs een moment dat we in de file staan! Als we op de weg naar beneden de kabelbaan passeren wordt het gelukkig weer rustiger en kunnen we beginnen met de afdaling, nog maar 6,5 km naar beneden.
Halverwege begint het zwaar te worden. Onze spieren zijn duidelijk niet gewend aan zoveel traplopen achter elkaar. Uiteindelijk beneden aangekomen zak ik bijna door mijn benen heen en vrees de spierpijn die er komen gaat. Maar ik ben wel trots op ons. We hebben maar liefst 13,5km afgelegd. Traplopend.

Op de terugweg besluiten we om ‘s avonds met z’n vieren uit eten te gaan. Wij blijken het Chinese concept van eten nog steeds niet door te hebben, want de Chinese keuken heeft ons nog niet echt kunnen plezieren. Jon & Paula hebben gisteren echter heerlijk gegeten. Zij nemen ons dus mee naar dat restaurantje. Het “restaurantje” zou normaal niet door onze keuring (hoge doorloop, Engelse kaart, vegetarische opties) heen komen, maar we laten ons verrassen. Met de wetenschap dat twee vegetariërs hier lekker hebben gegeten durven we het aan. Het eten blijkt inderdaad verrassend goed te zijn en het gezelschap maakt het plaatje compleet.
We nemen dezelfde avond alweer afscheid van onze Engelse klimmaatjes, die morgenvroeg weer verder reizen, onder de voorwaarde dat we elkaar weer treffen in Vietnam. Kapot gaan we naar bed, uitgeput van een enorm zware maar goede dag.

De spierpijn houdt ons, vooral mij, de komende twee dagen dichtbij het hotel. Er zijn niet veel andere bezienswaardigheden in deze omgeving en het is wachten tot we een trein of bus vinden die ons hier weg voert. Dat we uiteindelijk een trein naar Xiamen boeken is dan ook voornamelijk bij gebrek aan andere opties, alles zit vol. Even gaan we in gedachten weer terug naar Rusland, als we ook in deze trein 24u zitten. Om 5.00u stappen we uit in Xiamen.
Het stadje Xiamen of Amoy is een havenstad gelegen op een eiland (ook Xiamen), verbonden met het vasteland door een 5km lange brug. Naast het eiland ligt nog een kleiner eilandje Gulang Yu, waar echte Europese historie te vinden is. Vanaf 1880 vestigden veel buitenlanders zich hier en er zijn dus veel koloniale gebouwen te vinden. De stijlen verschillen behoorlijk van elkaar, omdat de bewoners vanuit de hele wereld kwamen. Helaas is ook op dit eiland onderhoud ver te zoeken. Nu beginnen de Chinezen eindelijk in te zien dat de historie toeristen trekt en zijn ze langzaam de gebouwen aan het renoveren, het zal waarschijnlijk nog wel even duren voordat de gebouwen eruit zien als in hun glorie dagen. Toch is het mooi om deze verschillende stijlen bij elkaar te zien en we lopen hier dan ook rond tot een regenbui een einde maakt aan de mooie dag. We besluiten om te gaan schuilen in het hostel en ons klaar te maken voor alweer een volgende stad.



Over heel veel trappen en spierpijn
Door: Puck | Geschreven op 2-11-2010

Over moslims en teveel chinezen

Vertrokken vanuit Beijing komen we, na een nacht in de trein, s’ochtends vroeg in Xi’an aan. Uiteindelijk vinden we een guesthouse in het oude centrum van Xi’an, vlak bij de mooie Bell Tower. De Bell Tower luidt ieder ochtend de nieuwe dag in en s’avond sluit de Drum Tower, 200m verderop, de dag af. Althans zo ging het vroeger, ik heb hem nog niet gehoord. Eeuwen geleden was Xi’an het einde van de zijderoute, daarvn zijn nog steeds restanten te zien. Zo heeft de stad een grote moslim gemeenschap, die zelfs hun eigen wijk hebben (Muslim Quarter). Erg mooi is de lokale markt waar je je even in het Midden-Oosten waant.

s’Middags gaan we verder de stad in en bezoeken we een tempel van 1000 jaar oud, the Little Goose Pagoda. De tempel treffen we aan in een prachtig park, dat tevens als museum dienst doet. Na de pagoda zijn we al aardig moe en we sluiten de dag vroeg af.

De volgende dag gaan we naar het bekende Terracota Leger. Het is een aardig eindje uit de stad en we proberen het met de openbare bus, wat in China relatief goedkoop is. Bij aankomst zien we op het kaartje dat er in totaal 3 hallen zijn. We beginnen met de kleinste hal, dan wordt iedere volgende hal steeds indrukwekkender. Goed idee van Puck en daarom beginnen we met hal 3. Deze is al aardig goed opgegraven en ziet er mooi uit. Als we aankomen in hal 2 word de schaal waarop dit vroeger gemaakt is duidelijker. Helaas is er in deze hal nog niet erg veel opgegraven. Het zal nog wel vele jaren duren voordat alles klaar is. Als we teslotte aankomen in de eerste hal word de schaal pas echt duidelijk. Dit moet echt een immens werk zijn geweest. Ieder beeld afzonderlijk is ook nog eens anders van uiterlijk en levensecht gecreëerd.

Na het Terracota Leger pakken we de bus terug en lopen we door naar het Folk House van Xi’an. Dit is een oud stukje stad van een paar gebouwen groot. Het is echter erg goed opgeknapt, dus krijg je meteen een aardig beeld van hoe het er zo’n 500 jaar geleden uitzag. We worden uitgenodigd om wat thee te proeven op traditionele wijze. Daarna werden we getrakteerd op een ouderwets chinees schaduwspel. Het was mooi gemaakt en uitgevoerd maar we hebben er weinig van kunnen volgen.

De laatste dag in Xi’an gaan we naar het Tang Paradise Theme Park, wat een soort pretpark voor de chinezen zou moeten zijn. We zijn benieuwd wat ze hier onder verstaan. Het ziet er erg mooi uit maar een echt pretpark is het niet, het is meer een park waarin chinezen even kunnen ontsnappen uit de drukte van de stad. Het park heeft veel tuinen, gras en mooie gebouwen. Er worden verder veel shows gegeven om de mensen te vermaken. We zien hier tot onze verbazing ook dat er een hanengevecht wordt gehouden. De hanen zijn al bijna kaal gepikt door elkaar en de chinezen vinden het prachtig, vooral de dames staan flink aan te moedigen!? Wij vinden het vreselijk om te zien. Ook zien we er het nut totaal niet van in en vinden het niet passen in de anders zo gemoedelijke sfeer van het park. Ze blijven ons verbazen die chinezen…

s’Avonds gaat onze trein alweer richting Shanghai. Deze keer hebben we zitplaatsen genomen, omdat de bedden op waren. Er zal niet veel van slapen tercht komen, maar goed, de prijs is er ook wel naar.

Na een lange treinreis komen we aan in Shanghai. s’Middag gaan we een stuk wandelen en “The Bund” verkennen. The Bund is het oude stukje centrum, waar nog koloniale gebouwen staan, uit de tijd dat de europeanen hier grote invloed hadden. Het is weer eens wat anders en even waan je jezelf in Europa. Aan de overkant van de rivier zien we de skyline van Shanghai met de bekende TV toren met de 3 poten en 2 grote bollen. De skyline ziet er machtig uit. Zeker in het donker, blijkt later.

Vandaag  is het plan om de World Expo te bezoeken. Als we uit het metrostation komen staat het reusachtige chineese paviljoen voor ons. Dit belooft wat. We zien dat de Expo geweldig groot is opgezet. Maar we zien ook dat het aardig druk is (lees: heel veel chinezen). Als we binnenkomen lopen we eerst door het Azië/Australië-gebied. We wagen ons in de rij bij Australië. Na een dik uur wachten kunnen we naar binnen en zien een indrukwekkende show,  het wachten zeker waard. Hierna gaan we op zoek naar het Nederlandse Paviljoen. Het ziet er wat anders uit dan de anderen. Veel opener van opzet en je ziet meteen wat er te doen is. We kunnen er zelf kroketen en stroopwafels halen! Na de kroket met friet gaan we verder en horen we via de omroeper dat het erg druk is op de Expo en er zijn wachtrijen tot zelfs 5 uur. Als laatste attractie besluiten we China nog te bezoeken. De rij voor het immense gebouw loopt goed door net als bij nederland en we zijn vrij snel binnen. Alle 26 provincies van China hebben hier hun eigen stand.

Al met al is de Expo een mooie ervaring maar het was niet echt prettig, er waren te veel mensen. Ik geloof ergens gezien te hebben dat er die dag meer dan 720.000 mensen waren! Er is in Shanghai verder niet veel spectaculairs meer te doen en we besluiten de volgende dag door te reizen naar Tunxi, een klein plaatsje op het platteland.



Over moslims en teveel chinezen
Door: Erik | Geschreven op 24-10-2010

Over donkere dagen en lange muren.

Nog anderhalve dag zitten we in de trein. De laatste kilometers van Mongolië trekken langzaam aan ons voorbij, terwijl de trein in bochtjes rijdt om de heuvels over te komen. Het is al avond als we bij de grens aankomen. Dit is de beruchte grens waar iedere Trans-Mongolië reiziger voor gewaarschuwd wordt. Het wisselen van het onderstel. 6 tot 8 uur opgesloten in een trein, zonder wc of mogelijkheid om uit te stappen.
Eerst is het echte afscheid van Mongolië aan de beurt, waar we met de nodige norse gezichten en wat extra stempels het land uitgezet worden. Dan begint het spektakel pas echt…

Er staan rijtjes met Chinese douanebeambten klaar op het perron. Iedere wagon krijgt zijn eigen rijtje met Chinezen om de paspoorten in te nemen. Wanneer ze alle paspoorten eindelijk in beslag hebben genomen begint de trein echter weer te rijden. Achteruit nog wel. We worden met z’n allen in een grote loods gereden en alle wagons worden losgekoppeld. Daarna gaan we een paar meter de lucht in en wordt er met veel kabaal een set nieuwe wielen geplaatst.
Het hele proces gaat verrassend snel en eenvoudig. Het afkoppelen van alle wagons duurde langer en het opnieuw aankoppelen gebeurt met veel meer geweld. Uiteindelijk krijgen we, ver na middernacht onze paspoorten weer terug. Welcome in China!

Bij het wakker worden zien we een totaal ander landschap. Nouja, we zien iets van bergen, maar heel ver kunnen we niet kijken, want het is vreselijk mistig. De muur zien we dus ook niet vanuit de trein. Jammer, maar dat maken we later nog wel goed… Na het middaguur is het toch echt voorbij. We stappen uit op station Beijing, nog een beetje suffig van de rit en wat onwennig ten opzicht van het Chinese. De drukte is echter niets ontziend en we moeten al onze zintuigen op scherp zetten om te kijken waar we naartoe moeten. Er is namelijk geen pick-up voor ons en we moeten zelf ons hostel zien te bereiken. Op het kaartje leek het goed te doen, dus we stappen met een zeker gevoel in de metro. Dit blijkt ook goed te doen, alles is ook in het Engels geschreven, waardoor je niet naar de Chinese tekens hoeft te kijken. Helaas blijkt de stad zelf wel wat lastiger te doorgronden dan we verwachten. Waar de metro met zo’n 5 minuten klaar was lopen we ruim een uur door de hutongs in de buurt van ons hostel. Uiteindelijk is een Chinees stel, super-aardig, helemaal met ons meegelopen. Waardoor we na anderhalf uur dus eindelijk bij het hostel zijn. 500m van het metrostation af.
Als we ’s avonds genoeg moed bij elkaar hebben geraapt om de stad te trotseren zijn we alweer anderhalf uur aan het zoeken voor we onze medereizigers hebben gevonden. Vanavond hebben we afscheidsborrel voordat iedereen zijn eigen pad volgt.

Na de borrel en het voortdurende gezelschap zijn we toe aan een beetje rust. Dus we slapen eens lekker uit. Het is onze eerste volle dag in China en we besluiten meteen avontuurlijk te doen door bij een Chinese eetstraat te brunchen. Als enige westerlingen slaan we onze slag en we zijn aangenaam verrast. De keuzes die ze bieden zijn niet altijd begrijpelijk, maar wat we te eten hebben is erg lekker. Helaas is het ook vandaag erg mistig, het valt dus niet mee om ergens leuke foto’s van te maken. We besluiten daarom om wat door de stad het te lopen om ons een beetje te oriënteren. We weten ondertussen dat het centrum erg groot is. Alle straten lopen verticaal of horizontaal en het centrum is dus opgedeeld is blokken. Hier is een klein blok al snel een vierkante km en je vergist je gemakkelijk in de afstanden. Ons hostel zou om de hoek liggen bij de verboden stad, maar met dit stukje lopen staat er al snel 10km op de teller. Even een dagje oriënteren betekend dus blaren prikken.

Helaas is het de volgende dag regenachtig, wat gecombineerd met de nog steeds aanwezige mist zorgt voor een dag die eigenlijk een nacht is. Weer lopen we de stad in, om wat andere hoekjes te ontdekken en lopen een toeristisch steegje in, waar we overigens nog steeds de enige westerlingen zijn. Hier wordt alles aangeboden. Ze hebben zelfs levende schorpioenen, klaar voor de frituur, om te eten. We weerstaan onze drang om deze arme diertjes op te eten, maar proberen later nog wel een hapje van de straat. Het zijn gefrituurde tofu-blokjes en we vinden ze vreselijk smerig. Tot zover het experiment met gewoon wat bestellen. Dankzij het weer is het een beetje een verloren dag en we kruipen, volledig doorweekt, snel onder de dekens.

’s Ochtends zien we dat het zonnetje eindelijk door is gebroken. Met onze vers aangeschafte lonely planet en onze gehuurde fietsjes gaan we alle belangrijke pleinen en tempels af. Zo zien we the Forbidden City, Tian’men Square, Mao’s Mausoleum, de witte Dagoba en zijn net te laat voor de Lama Tempel. We fiesten zelfs een stukje om (14km) om alvast treinkaartjes voor morgen te halen. Voor € 53,- reizen wij al slapende naar Xi’an.
Onze laatste dag in Beijing is aangebroken. We hebben veel bezienswaardigheden gezien, maar de belangrijkste bewaren we voor het laatst. Vandaag gaan we namelijk naar de Grote Muur. Met een privéchauffeur racen we in 2 uur naar een deel van de grote muur. Er zijn, naast ons, maar enkele toeristen en we genieten van de rust en stilte. Het is veel klimmen en klauteren, maar als je dan eenmaal boven op de muur staat is het besef des te groter. Wat een machtig ding! En zo oud. Wat ons betreft valt de grote muur zeker onder de noemer wereldwonder.
Nadat we de meegebrachte lunch op deze bijzondere plek hebben verorberd wordt het tijd om weer terug naar de stad te gaan.
De volgende bestemming, Xi’an, wacht op ons…



Over donkere dagen en lange muren.
Door: Puck | Geschreven op 16-10-2010

  • Home |
  • Contactformulier |


  • THUIS!
    Begin april 2011 stonden wij weer op Nederlandse bodem.
    Discovering Asia zat er alweer op.
    Een volgende reis, dwars door de USA staat alweer op de planning. Onze reisverhalen zijn echter nog niet compleet, er zullen nog verhalen volgen over Java, Bali, onze meditatiecursus in Wat Kow Tahm en natuurlijk over hoe wij vast kwamen te zitten op Koh Phangan.
    Hou de site in de gaten voor de laatste updates en nieuwe verslagen over volgende reizen!