Over dronken jongeren en brave monniken

We gaan met een twijfelgevoel naar onze volgende bestemming. Vang Vieng trekt een bepaald type reiziger. Toeristen die willen tuben (in een rubberband op de rivier dobberen) gecombineerd met goedkoop zuipen. Die overal alle mogelijke genotsmiddelen uitproberen en die weinig respect hebben voor de lokale cultuur.
Vang Vieng heeft echter ook een andere kant. Het ligt in een prachtige omgeving, omringt door bergen en meren, met grotten en rivieren binnen handbereik. En het is om die reden dat we besloten hebben om de zuipende tieners en opiumrokende hippies te trotseren.

Onze aankomst in Vang Vieng verloopt wat stroef, omdat een domme toerist het voor elkaar heeft gekregen een van onze Vietnamese souvenirs te breken. Ik baal er ontzettend van en ben bij aankomst behoorlijk chagrijnig.
Gelukkig valt het stadje ons reuze mee. De dronken tieners houden zich goed verstopt en Vang Vieng blijkt een rustig plaatsje te zijn. We genieten van het lome karakter en lassen meteen een rustdag in.

Na een rustdag hoort een actieve dag, dus wordt het mountainbiken. Allereerst gaan we richting de ‘Blue Lagoon Cave’. Het is een diepe grot, met binnenin ergens een prachtig blauw meer. Voor deze grot wordt je een gids aangeraden. De Engelssprekende gids kost 50.000 Kip, een belachelijk hoge prijs. Als we erachter komen dat de gidsen helemaal geen Engels spreken besluiten we met z’n 2 op pad te gaan. Zonder gids komen we niet ver genoeg om de lagoon te kunnen vinden, maar voor de grot ligt een prachtig blauw beekje, waar we even lekker in rondspetteren. Nog nat stappen we weer op de fiets op weg naar de volgende grot. Hiervoor moeten we over het terrein van een resort, wat entree kost. 200m verderop kost de grot ook weer het nodige. Het is prima dat men hier een bijdrage vraagt voor het in stand houden van de natuur, maar de prijzen zijn, gezien het arme land, veel te hoog, daarom draaien we om.

Het tuben is de reden om hier te zijn en behalve de drankspelletjes is er vast een andere reden dat het zo geliefd is. We staan dus lekker vroeg klaar om te gaan tuben. Met een tuk-tuk gaan we stroomopwaarts en worden tussen de barretjes gedropt, die net pas openen. Nadat we een mooi plekje om te water te gaan hebben uitgekozen begint de tocht. Een enkele kroeg heeft de muziek vast aangezet en met een lekkere beat op de achtergrond dobberen we door een prachtig landschap (de reclameborden denken we gewoon weg). We stoppen onderweg even voor een drankje en een extra lading zonnebrand en ontmoeten hier Sam & Mickey. Met z’n vieren drijven we langzaam de rivier af, terwijl we genieten van de omgeving en (reis)ervaringen uitwisselen. Na een afsluitend diner gaat ieder zijn eigen kant op. Normaal zouden we nu richting bed gaan, maar vanavond proberen we het wat langer vol te houden. We weten niet of ze het hier ook vieren, maar om 24.00u begint toch echt het nieuwe jaar.

Na wat zoeken hebben we de barretjes gevonden waar iedereen na het tuben doorgaat met feesten. Het staat hier bol van de mensen, de meesten in verschillende mate onder invloed. We lopen daarom maar door. Bij de volgende bar is de opzet hetzelfde, maar stukken minder druk. Een grote brandende limbopaal, voor de waaghals, en een kampvuur waar mensen zich omheen verzamelen. Hier gaan we lekker zitten en wachten tot het nieuwe jaar aanbreekt. Als we enkele mensen horen aftellen kijken we op onze horloge. 23.55u. Er is hier niets georganiseerd, dus telt iedereen voor zichzelf af. Als wij 5 minuten later aan de beurt zijn voelt het een beetje maf. Geen echte Oud & Nieuw voor ons, maar wel een extra knuffel en kus, omdat het toch raar is om niets te doen.

1 Januari is voor ons een dag zoals iedere andere en we reizen weer verder. De bus naar Luang Prabang staat klaar. Instappen begint goed, met een stelletje dat niet naast elkaar wil zitten. Aangezien de bus volledig vol zit blijft er voor ons geen andere keus dan naast 2 zeer chagrijnige koppen te gaan zitten. Als de lucht na 5 uur reizen eindelijk genoeg is geklaard kunnen we het laatste stukje toch nog naast elkaar zitten. Veel gezelliger!

Luang Prabang staat bekend als het Hoi An van Laos. Het is ook een stadje waarin veel van de gebouwen tot Unesco Werelderfgoed zijn uitgeroepen. Aangezien wij beiden helemaal verliefd zijn op Hoi An zijn onze verwachtingen hoog. Het is dan ook niet gek dat we een beetje teleurgesteld zijn wanneer we rondkijken. Luang Prabang is een prachtig stadje, met mooie tempels en prachtige koloniale gebouwen, gelegen aan de machtige Mekong. Alleen het stadje haalt het niet bij onze favoriet…

We ruimen een dag in voor rondkijken en de omgeving leren kennen. Bij het terrein van een van de tempels raken we in gesprek met een monnik. Hij stelt zich voor als Pit en vertelt ons wat over zijn leven als boeddhistische monnik. Het is een nieuwsgierige monnik. Hij vraagt veel over Europa. Zo leren we hem dat kerst eigenlijk een christelijke feestdag is en proberen we uit te leggen hoe de seizoenen bij ons eruit zien. Als we vertellen dat we beide gestudeerd hebben is hij extra geïnteresseerd. Hij is als 12-jarige monnik geworden en is nu, na 6 jaar, van plan om het monnikenleven te verlaten, om te gaan studeren. Zonder bezittingen of spaargeld is het echter lastig om onderhoud en studie te betalen. Wij vertellen hem dat in Europa een bijbaan veel gebruikt wordt in die situatie. Na alle opties doorgesproken te hebben nemen we afscheid van de vriendelijke monnik.

De avondmarkt is een van de belangrijkste trekpleisters van Luang Prabang. Alle toeristen op een hoopje, maar wel de moeite waard. We zien geweldige spullen en kunnen het niet laten om meer dan 1 souvenir van Laos aan te schaffen, een passend einde van alweer een prachtig land.



Over dronken jongeren en brave monniken
Door: Puck | Geschreven op 1-02-2011

Over watervallen en plateautjes

We zijn vanuit Cambodja zonder oponthoud naar Laos gereisd. Onze eerste stop is Pakse, een stadje aan de Mekong rivier in Zuid-Laos. Na aankomst regelen we meteen de locale versie van een tuktuk, een brommer met zijspan, naar het Saibady2 guesthouse. We hebben geluk, er is nog 1 kamer vrij. Modern is het niet, een houten huisje met gedeelde WC en douches in een schuurtje er naast. Maar alles is prima onderhouden en schoon. Voor € 7,- per nacht mogen we niet klagen.

De volgende dag maken we een wandeling door het stadje en zien een indrukwekkend tempelcomplex. We gaan niet naar binnen want van dit soort hebben we er al vele gezien. Pakse heeft een winkelcentrum (markt, maar dan binnen) en hier dwalen we wat rond. Er is toch aardig wat te koop hier, waaraan je toch kunt zien dat Laos zich aan het ontwikkelen is. We lopen langs de Mekong terug naar het guesthouse.

De tweede dag huren we een motorbike. Voor minder dan 6 euro per dag vinden we er een van nog geen jaar oud. Ons plan is om de komende 3 dagen met deze motorbike door het binnenland van Zuid-Laos te rijden. Er is hier mooie natuur, met vooral prachtige watervallen in dit gebied.

Onze eerste stop wordt een waterval. Dankzij de aanwijzingen van de Lonely Planet blijkt het lastig te vinden. De eerste keer rijden we een zandweg in die steeds slechter werd en na 5km draaien we om. De 2e keer is het raak. Er staat een Thais eco-resort bij een nog mooiere waterval en met dit uitzicht besluiten we te lunchen. Terug op de weg komen we na zo’n 30 kilometer bij een grotere waterval ‘Tat Lo’. Er liggen meerdere resorts en bungalows in de omgeving en hier zullen we overnachten. Er ligt ook een dorpje vlakbij waar we het authentieke plattelands leven in Laos kunnen proeven, wat het een unieke kerstavond maakt.

‘s Ochtends staan we vroeg op, we hebben aardig wat kilometers voor de boeg. Volgens onze Lonely Planet zou het eerste stuk onverhard moeten zijn, maar dit valt mee, prima asfalt. Weer een teken dat het land vooruit gaat. We stoppen af en toe bij locale verkoopstalletjes en winkeltjes langs de weg, waar we vaak de enige toerist en dè bezienswaardigheid zijn. Na 60 kilometer lunchen we in Sekong. Hierna is het een mooie route naar Donchan, een klein gehucht waar we even wat kunnen tanken. Ik verbaas me over hoe zuinig ons scootertje is, hij heeft met gemak de 1 op 50 gered. In Donchan begint een onverharde weg van 71km naar Paksong, het eerste punt waar we kunnen overnachten.

De weg loopt dwars door de jungle en gaat af en toe behoorlijk steil omhoog of omlaag. Na 16km is er een spectaculaire waterval te zien, verborgen in het oerwoud. We hebben een spectaculair uitzicht over de bossen als we over een top van een berg rijden. Na zo’n 25 kilometer komen we aan op het ‘Bolaven Plateau’. Een plateau op ongeveer 1500m boven zeeniveau en hier is het wat frisser dan in de rest van Laos. Dit klimaat is goed voor koffie- en theeplantages en deze zien we ook steeds voorbij komen. Ergens passeren we een klein dorpje waar maar zelden toeristen komen. Dit is te merken aan hoe de mensen reageren wanneer we bij het locale winkeltje wat water kopen. Een oude man blijft ons maar aanstaren en na een Aziatische groet, (handen plat tegen elkaar op de borst) begint hij te lachen, maar houdt toch niet op met staren. We zwaaien iedereen uit en vertrekken weer richting Paksong. De weg wordt steeds slechter, er zitten ontzettend veel gaten en kuilen in de toch al onverharde weg. Dus met 20km/h leggen we het laatste stuk vermoeid af. In Paksong vinden we een hotel met een broodnodige warme douche. We zitten onder het rode zand en stof van de onverharde weg. Om de dag in stijl af te sluiten eten we bij een lokaal tentje, waar we met handen, voeten en een hoop dierengeluiden ons kerstmaal bestellen.

Tweede kerstdag stappen we weer fris op de motorbike en bezoeken we de ‘Tat Fan’ waterval. Dit is de hoogste van Laos, met zijn val van 100m. Het maakt flink kabaal! Hierna gaan we langs een paradijselijke waterval met een klein meertje ervoor waar we zouden kunnen zwemmen. Helaas ligt onze zwemkleding in Pakse. ‘s Middags brengen we de motorbike weer terug, onze billen hebben er genoeg van.

De volgende dag reizen we verder naar Vientiane, de hoofdstad van Laos. Deze nachtrit met de bus verloop zonder motorproblemen of lekke banden, en in een echt 2-persoonsbed. Als we aankomen is het nog vroeg en boeken we meteen een goedkoop guesthouse. We kijken eens goed wat er allemaal te zien is en komen tot de conclusie dat het veel is dat we al gezien hebben, tempels, paleizen enz. Alleen het Boeddhapark vlak bij de stad beloofd iets heel aparts te zijn. We hebben geen goede kaart van de omgeving maar rijden met de motorbike op gevoel in een richting en vragen af en toe de weg. Zo komen we uiteindelijk, na een flinke omweg, bij het park. Het is een groot grasveld met een hele verzameling aan Boeddha beelden en combinaties met hindoestaanse beelden, heel apart. Ook is er een grote betonnen “pot” van 6 meter hoog met 3 verdiepingen waar je doorheen kunt lopen. Iedere verdieping heeft een eigen thema. Het is een apart geheel.

Na het park rijden we terug naar Vientiane en pikken meteen een paar bezienswaardigheden mee. Zo zien we de ‘Arc de Triomf’ van Laos, gebouwd in 1962 met geld van Amerika voor het bouwen van een vliegveld. Goed besteed hoor, het ziet er prachtig uit en je hebt een aardig uitzicht over de stad. We rijden ook langs de markt en het busstation. Morgen zullen we vanaf hier verder reizen naar het plaatsje Vang Vieng, ongeveer 100km ten noorden van Vientiane.



Over watervallen en plateautjes
Door: Erik | Geschreven op 22-01-2011

  • Home |
  • Contactformulier |


  • THUIS!
    Begin april 2011 stonden wij weer op Nederlandse bodem.
    Discovering Asia zat er alweer op.
    Een volgende reis, dwars door de USA staat alweer op de planning. Onze reisverhalen zijn echter nog niet compleet, er zullen nog verhalen volgen over Java, Bali, onze meditatiecursus in Wat Kow Tahm en natuurlijk over hoe wij vast kwamen te zitten op Koh Phangan.
    Hou de site in de gaten voor de laatste updates en nieuwe verslagen over volgende reizen!