Over tandpijn en familiebezoek

Er zitten 3 dagen tussen het vertrek van de ouders van Puck en de aankomst van Nel, Thomas en Thea. Dit zijn respectievelijk mijn moeder, oom en tante. Voor hun aankomst maken we nog een afspraak bij de tandarts voor Puck. Ze heeft al weken last van haar verstandskies die doorkomt en ze blijkt er een vervelende ontsteking bij te hebben. Na een uurtje, vele spuiten en 2 antibioticakuren kan ze er weer 2 maanden tegen. Ze moet wel, als ze terug is in Nederland, even op controle.  

Op vrijdag 28 januari is het zover en halen we het drietal van het vliegveld op. Het is al avond als we bij het hotel aankomen en kletsen ’s avonds even gezellig bij. De volgende dag stappen ze op de Hop-on Hop-off bus om al vast wat toeristische attracties te bezoeken. Wij hebben al veel gezien van Kuala Lumpur en gaan niet mee. Wij bereiden de volgende dag alvast voor. Die dag gaan we wel samen optrekken. Verder maken we een planning voor de rest van onze reis. We besluiten Singapore over te slaan en na Maleisië, Indonesië te bezoeken. Hierna kunnen we nog mooi een meditatiecursus in Thailand volgen en daarna zullen we via Bangkok op 30 maart aankomen in Düsseldorf. We boeken alvast alle vliegtickets en reserveren de cursus in Thailand.

De zondagochtend sta ik vroeg op om kaartjes te halen voor de Skybridge van de Petronas Towers. We hebben gisteren gehoord dat het heel druk kan worden en er zijn maar 1600 kaartjes te vergeven. Het is goed dat ik er vroeg was, ik was nummer 497 in de rij en kan nog net kaartjes krijgen. Onze drie gasten bezoeken ‘s ochtends nog even Chinatown. We spreken af bij de torens en gaan we met z’n vijven de skybridge van Petronas Towers op. Het regent heel de dag en het is maar goed dat we veel binnenactiviteiten gepland hebben. Na de skybridge bezoeken we het grote aquarium van KL en ‘s avonds drinken we nog lekker wat bij de Skybar van het Traders hotel.

Op maandagochtend klaart het aardig snel op en we besluiten met z’n vijven de Batu Caves te bezoeken. Dit zijn mooie grotten in karstbergen aan de rand van Kuala Lumpur. Het is een soort Hindoestaans religieus oord geworden voor de Indiërs in KL. Van de ene kant staan er mooie tempels en versieringen, maar van de andere kant wordt het natuurlijk schoon zo wel wat verpest. Diezelfde avond proberen we een hotel te vinden voor ons vijven in Melaka. Maar dit blijkt zeer lastig, de dag dat we aan zullen komen is het chinees Nieuwjaar en alle hotels en hostels zitten vol. Na goed speurwerk vinden we uiteindelijk een hostel.

De dinsdag houden we vrij voor shoppen, zo bezoeken we een grote Mall en de lokale markt Chow Kit. Dit is een van de grootste lokale markten met standjes die we tot nu toe gezien hebben. Hier in de buurt ligt ook een Indische Sikh tempel en hier leren we het een en ander over het Sikh geloof. Hierna lopen we door naar Lake Tittiwanga. Op zich een mooi vijvertje om lekker te ontspannen maar niet heel erg interessant. De laatste dag in Kuala Lumpur gaan we naar de Thean thou tempel. Dit is een grote Chinese tempel met Boeddha beelden en mooie versieringen voor het chinees Nieuwjaar van vandaag. In een grabbelton met stokjes kunnen we onze toekomstvoorspelling halen. Allemaal trekken we een voorspelling uit de ton. De een wat rooskleuriger dan de andere. Bij terugkomst gaan onze gasten door naar het Merdeka square en wij gaan ons 60 dagen-visa voor Indonesië ophalen bij de ambassade. Om 17.00 uur staat het taxibusje klaar bij het hotel om ons naar Melaka te brengen. Een uurtje of 2 later stappen we uit, voor de deur van het ‘Rooftop Guesthouse’ dat ik geboekt had. Wat een geluk, ze vertellen ons dat ze nog maar een uur online waren en toen al mijn boeking doorkregen. Het is Chinees Nieuwjaar en alles in de stad zit die avond vol. Na een gratis diner lopen we nog even rond door China Town. Het is ontzettend druk op de avondmarkt. Zo staan er grote versierde wierrookkaarsen van wel 2 meter hoog bij een Chinese tempel. Om middernacht zien we dat ze worden aangestoken en zelfs de dag erna zien we ze nog branden!

De volgende ochtend halen we ontbijt bij de lokale supermarkt en genieten van het dakterras. We zijn zeer tevreden over ons guesthouse. Helemaal in het nieuw, goedkoop en zeer behulpzame eigenaars. Voor de volgende dag regelen ze zelfs een huurauto voor ons. Na het ontbijt lopen we de stad in en bezoeken we de koloniale wijk. De stad behoorde in de 15e eeuw aan de Portugezen. Maar van hun invloed is maar weinig terug te vinden. De Hollanders veroverde Melaka in de 16e eeuw en eind 18e eeuw kwamen de Engelsen. Het is vooral die invloed die we zien. De top attractie is het “Stadhuys”. Dit is een groot museum over de historie van Melaka. Maar in de tijd van de Hollanders was dit het bestuurscentrum van de regio. We zien ook veel bijzondere fietstaxi’s, de meeste versierd met bloemen en sommige zelfs compleet met muziekinstallatie.

De volgende dag staat de auto om 10.00 uur ‘s ochtends voor ons klaar. Het is even wennen me een schakelbak en het stuur aan de linkerkant. We rijden naar het Caldaro Forest reserve. Dit is het laatste stukje authentieke Jungle van Maleisië aan de west kust. Ook zouden hier veel verschillende vogels langskomen op doortocht tussen Februari en April. We stoppen eerst even bij een stukje strand, hier zien we veel kleine krabbetjes rondrennen en als we te dichtbij komen kruipen ze snel onder het zand. We rijden door tot aan de ingang en eten even bij een resort vlakbij. Hierna gaan we de Jungle in en zien onderweg wat verschillende apen en bijzondere planten. Bij de kust staat een vuurtoren en hier heb je een mooi uitzicht over de zee, de straat van Melaka. Ook zien we hier een paar bijzondere adelaars vliegen. ’s Avonds teruggekomen in Melaka bestaat ons afscheidsdiner uit friet met kroket. Dit zijn we al lange tijd niet meer tegengekomen en is ook wel weer eens lekker! Inderdaad, goed gelezen, het afscheidsdiner want de volgende ochtend nemen we afscheid van mijn moeder en T&T. Zij reizen verder door naar Singapore en wij vertrekken op de boot naar Dumai, Indonesië. Het was erg leuk om familie weer eens even gezien te hebben!



Over tandpijn en familiebezoek
Door: Erik | Geschreven op 8-03-2011

Over Engelse dorpjes en een touwbrug


Ons bezoek aan Penang sluiten we af met de Kek Lok Si Temple, de grootste tempel van Maleisië. Het is zelfs de grootste tempel die wij sinds het begin van onze reis hebben gezien. Niet alleen de grootste trouwens, maar ook een van de mooiste en best onderhouden tempels en hij wordt nog steeds uitgebreid. Naast de tempel staat een bronzen Boeddhabeeld van 30,2m hoog, waar men op dit moment een dakje voor aan het bouwen is. Een zeer indrukwekkend geheel.

We moeten een flink eind rijden voordat we onze volgende bestemming zullen bereiken. Daarom rijden we vandaag een deel en morgen de rest. Fraser’s Hill, onze tussenstop is een leuk, klein en vooral rustig plaatsje.
Fraser’s Hill is van oorsprong een Engels, koloniaal dorpje. Eigenlijk is het niet meer dan een straat met wat huizen, maar omdat veel van de huizen in oud-Engelse stijl zijn is het een speciaal geheel. Vanuit hier zijn er diverse wandelingen in de omgeving mogelijk en de rest maakt een van deze wandelingen, over het Hemmant Trail. Ik ben niet op een boswandeling gekleed dus ik zoek een bankje in de zon en pak er een boek bij. De wandeling blijkt niet lang te duren en we willen verder, maar we kunnen Fraser’s Hill niet verlaten. De toegangsweg is een smalle bergweg en tussen 8 en 8 is er ieder uur maar 1 richting open. We wachten braaf en als we dan eindelijk mogen vertrekken loost Erik ons weer veilig over het bergweggetje heen.

Na de laatste anderhalf uur door palmplantages hebben gereden komen we aan in Kuala Tahan. Het uitgangspunt voor de Taman Negara. Dit is de oudste jungle van Maleisië en volgens sommige onderzoekers zelfs, ter wereld. Er is ooit berekend dat het oerwoud hier al ruim 300 miljoen oud is.
Een aantal uren in de auto is vermoeiend, dus de rest van de dag is het luieren. Wel lopen we ’s avonds nog even door het dorpje. De restaurantjes liggen allemaal bij elkaar. Drijvend op de rivier met uitzicht op de jungle en ondanks dat het er allemaal wat simpel uitziet smaakt het eten ons bijzonder goed.

Om de jungle te zien moet je een jungletrek maken en dus gaan we vandaag op pad met een gids. Hij spreekt een beetje Nederlands, dat heeft hij geleerd van andere toeristen (ze zijn echt overal) en hij wil het continue oefenen. Wij vinden het wel prima, een keer niet met gebrekkig Engels of handen en voeten praten. Lekker makkelijk. Om de zoveel meter staan we stil om naar een medicinale plant of speciale boom te kijken. Veel van de bomen en planten om ons heen kan hij ook in het Nederlands aanduiden, wat het voor ons stukken herkenbaarder en daarom ook leuker maakt. Tijdens de trek stappen we ook braaf opzij als de locals voorbij komen gesneld. Er is toevallig net een jungle-run bezig en terwijl wij lopen te druppen en hijgen van de hitte doen de Maleisiërs er een schepje bovenop met een sponsorloop.

Een van de (letterlijke) hoogtepunten van de jungle is de canopy walk, een touwbrug hoog in de bomen. Ooit gebruikt door onderzoekers, om het leven op de grond niet te verstoren, nu voor toeristen.
De trek is hierna alweer over, jammer, wij hadden graag nog heel veel meer gezien. Maar vanwege de hitte ook wel fijn om gewoon weer even te kunnen lezen en later weer langzaam terug te slenteren naar hetzelfde restaurantje voor een simpel diner.

Omdat we toch nog wat meer willen zien van de jungle gaan we op zoek naar een bootje dat ons wat verder in de jungle kan droppen. Er zou ergens een mogelijkheid zijn om te zwemmen bij een waterval en dat willen we dan ook proberen. Met het bootje gaan we diep in de jungle, op een ondiep riviertje, waar verder niemand is. En het is heerlijk. De verlatenheid, omringt door bomen van honderden jaren oud. Alleen wij vieren (plus 2 mannetjes vd boot) en af en toe vogels, een aap of varaan. Zo varen we ruim een kwartier en gaan verder en verder de jungle in. Als het bootje stopt stappen wij uit en lopen een net zichtbaar paadje op. Na 5 minuten eindigt het paadje en komen we aan bij dezelfde rivier, met grote rotsen en stenen erin. Een echte waterval is het niet, maar dat maakt eigenlijk niet zoveel uit. Snel trekken Erik & ik onze kleren uit en plonsen in het (koude) water. Pap volgt even later ook nog, terwijl mam lekker ligt te zonnen. Als we later gezelschap krijgen van andere mensen besluiten we dat we genoeg hebben gezwommen en gaan weer richting bootje. Nogmaals dezelfde onvergetelijke boottocht en dan zijn we weer uit de jungle.

Die middag gaat de rest een informatieve video over de Taman Negara kijken, terwijl ik binnen blijf. Sinds Cambodja heb ik al last van een kies en dat begint nu echt pijn te doen. In Kuala Lumpur maar eens naar de tandarts. Als de anderen weer terug zijn wordt het tijd om aan het avondeten te gaan denken en we besluiten om dit keer lekker luxe bij het resort aan de overkant van de rivier te gaan eten. Het resort ligt eigenlijk in het park en is samen met het informatiecentrum de enige bebouwing aan die kant van de rivier. Omdat het de laatste avond met z’n vieren is mag het eten best een beetje speciaal.

Iedereen is in de weer met zijn koffers en veel spullen wisselen van tas. “Neem je dit mee naar NL?” “Kun je dat spul hier gebruiken?” En dan zitten we in de auto, terug naar Kuala Lumpur. De auto en de tassen zijn snel gedropt en dan kunnen we nog even genieten van de stad. Bij het Convention Center lopen we tegen een tentoonstelling van World Press Photo aan. Hier kijken we uitgebreid rond voordat we teruglopen naar het hotel, om daar afscheid te nemen van elkaar. Dag mam, dag pap, het was erg leuk om jullie hier te treffen!



Over Engelse dorpjes en een touwbrug
Door: Puck | Geschreven op 4-03-2011

Over torens en theeplantages

Maleisië is eigenlijk een soort Azië voor beginners. Het is natuurlijk een Aziatisch land, maar erg ontwikkeld (vergeleken met de rest van Azië) en duur. Je hoeft hier bijvoorbeeld zelden met handen en voeten te praten, omdat bijna iedereen Engels spreekt. Voor toeristen die niet eerder in Azië zijn geweest is Maleisië ideaal om te beginnen, omdat de overgang met Europa stukken minder groot is. Voor twee doorgewinterde Azië-reizigers is het echter een beetje wennen, omdat het niet echt als Azië voelt. Het heeft echter ook voordelen om tijd door te brengen in een meer verwesterd land.

Zo was er na de nachttrein er een super-de-luxe bus, die ons uiteindelijk om 21.00u in Kuala Lumpur afzet. We gaan op zoek naar een slaapplek die luxe is in onze ogen, maar waarschijnlijk behoorlijk basic voor mensen die groepsreizen gewend zijn (lees: mijn ouders) en die vooral niet te duur is. Alleen dit laatste blijkt een struikelblok. Het lukt me uiteindelijk om een mooie deal te maken bij een hotel en na een hapje eten vallen we meteen in slaap.
Bij het opstaan ben ik mega-enthousiast. Mijn ouders komen vandaag aan en ik heb ze zoveel te vertellen! We vertrekken op tijd naar het vliegveld en als ze uiteindelijk aan zien komen loop ik ze blij tegemoet. Tegen de tijd dat ik m’n ouders bereikt heb ben ik in tranen. Blijkbaar heb ik ze meer gemist dan ik dacht. Achja, mam huilt gezellig mee, dus het is een emotionele boel, die gelukkig even snel weer omslaat. Er zijn zoveel verhalen te vertellen dat we die dag niet uitgepraat raken, alleen een hevige onweersbui zorgt voor wat adempauzes.

Met de komst van mijn ouders gaat ons reistempo ook omhoog en worden de dagen vol gepland. Na een laat ontbijt (jetlag anyone?) lopen we door naar de Kuala Lumpur Tower, het hoogste gebouw van de stad. Van hieruit kunnen we heel de stad en meer zien. Beneden aangekomen mogen de mannen zich nog even uitleven op een heus (digitaal) F1-circuit, voordat we met zijn allen op de Hop-on-Hop-off-bus hoppen. We cruisen door het P.C. Hooft-gedeelte van de stad voordat we in chinatown uitstappen. Hier bestellen Erik & ik een lunch, waarvan mam & pap mee-eten. Straatstalletjes zijn (begrijpelijk) de eerste 24u nog niet aan hen besteedt.
We lopen verder tussen de verkopertjes en banen ons een weg naar het Merdeka Plein. Van hieruit hoppen we weer op de bus om de bekende Petronas Towers te bezoeken. Als we naar binnenlopen staat ons een mooie verassing te wachten. Een shopping mall, onder de torens. Een goed idee vinden mam & ik en de eerste souvenirs (voor thuisgebleven zussie) worden ingeslagen. KL is een prachtige stad bij nacht, dus na het shoppen hoppen we weer op de bus voor een nachtrit, waar we dankzij een nieuwe plensbui maar weinig van zien. We sluiten deze geweldige eerste dag af bij een heerlijk (extravagant), ècht Italiaans restaurant.

’s Morgens hoppen we weer op de bus en laten ons eerst afzetten bij ‘het culturele centrum van Maleisië’. Het blijkt een ware tourist-trap te zijn en we nemen de eerstvolgende bus weer verder. Onze laatste halte is het vogelpark. Een enorm groot park, volledig overdekt met netten, waarin allerlei tropische vogels rondfladderen. Paradijs voor de fotograaf onder ons en we lopen hier dan ook enkele uren rond.
Na de vogeltjes dient de avond zich alweer aan en nemen we de taxi naar het Trader’s hotel. Van hieruit zou je mooi uitzicht op de Petronas Towers moeten hebben en dit blijkt niet gelogen. Het is adembenemend. Je zit bovenop het hotel en kijkt zo op de torens, die ’s avonds misschien nog wel indrukwekkender zijn dan overdag. Onder het genot van een drankje staren we een tijdlang naar de verlichte torens.

Met de korte tijd die mijn ouders in Maleisië hebben moeten we er de vaart achter houden. We huren een auto en gaan vandaag richting de binnenlanden. De theeplantages op de Cameron Highlands staan op de planning. Vandaag zien we ze niet meer, omdat het donker is voordat we in de regio zijn. Maar we introduceren wel het officiële guesthouse aan mijn ouders (die er minder van terugschrikken dan ik had verwacht) en sluiten we de avond af met wat potjes UNO.

De Cameron Highlands liggen, zoals de naam al zegt, hoog, tussen de 1300m en 1900m boven zeeniveau. Hierdoor is het klimaat meer gematigd dan de rest van Maleisië, waardoor deze regio perfect is voor theeplantages. Deze zitten hier dan ook in overvloed en we rijden afwisselend tussen jungle en theeplantages. Na een korte wandeling naar de Robinson Falls, lunchen we in een oud-Engels theehuis, Ye Olde Smokehouse, met originele cream tea en warme scones. Na de lunch gaan we weer op pad. Er zijn hier in de omgeving diverse tempel, van diverse geloven en ondanks dat Erik & ik al zat tempels hebben gezien willen we deze natuurlijk ook aan mijn ouders laten zien. We bezoeken Hindoestaanse tempels, maar ook Chinese tempels, waarin diverse geloven worden samengebracht. Het afsluitende bezoek brengen we aan de ‘Boh Tea Estate’, een actieve theeplantage, waar het proces van theeplant tot gedroogde thee ons wat duidelijker wordt.

We worden wakker in Georgetown, Pulau Penang. Dit eiland staat bekend als het vakantie-eiland voor Maleisiërs en Georgetown is de meestbezochte stad van heel het land. Het zou er dus bijzonder moeten zijn, maar wij vinden het alle vier een beetje tegenvallen. De koloniale gebouwen zijn òf vervallen, òf zo opgeknapt dat ze als nieuw lijken. Daar tussenin staan weer een heleboel “nieuwere” gebouwen, in verschillende mate van vergankelijkheid. Deze bonte verzameling van gebouwen maakt dat Georgetown ons chaotisch overkomt. Het Fort Cornwallis ziet er nog redelijk authentiek uit en hier lopen we dan ook een rondje tussen de kannonen en de informatieborden. Omdat het veel te warm is besluiten we de laatste middaguurtjes in onze hotelkamer door te brengen. Even lekker afkoelen en wat lezen…



Over torens en theeplantages
Door: Puck | Geschreven op 20-02-2011

  • Home |
  • Contactformulier |


  • THUIS!
    Begin april 2011 stonden wij weer op Nederlandse bodem.
    Discovering Asia zat er alweer op.
    Een volgende reis, dwars door de USA staat alweer op de planning. Onze reisverhalen zijn echter nog niet compleet, er zullen nog verhalen volgen over Java, Bali, onze meditatiecursus in Wat Kow Tahm en natuurlijk over hoe wij vast kwamen te zitten op Koh Phangan.
    Hou de site in de gaten voor de laatste updates en nieuwe verslagen over volgende reizen!